Navigate / search

Psychische problemen veranderen relaties”

Psychische problemen veranderen relaties”

Binnenlandredactie

GOUDA – Psychische of psychiatrische problemen kunnen de seksuele verhouding tussen man en vrouw ernstig verstoren. “Er raakt heel wat uit balans als een van de twee een ziektebeeld ontwikkelt”, zegt psychotherapeut T. Vogelaar. Hij adviseert echtgenoten in dat geval “open en eerlijk met elkaar te spreken.”
.
Vogelaar, psychotherapeut bij Eleos, sprak zaterdag in Gouda over het thema “Veranderende relaties” tijdens de jaarvergadering van Een Handreiking, de reformatorische vereniging voor familieleden van psychisch zieken.
.
“Als er zich binnen een huwelijk psychische problemen voordoen, wordt de relatie al snel ongelijk. De één voelt zich ziek. De ander zal daar rekening mee moeten houden; er ontstaan problemen als hij of zij weigert dat te doen”, aldus Vogelaar.
.
Door ziekte of door antidepressiva raakt de betrokkene op seksueel gebied gemakkelijk geblokkeerd. Anderzijds kunnen remmen wegvallen, wat kan leiden tot seksuele dwang. “Dat mag in een huwelijk niet voorkomen”, vindt de psychotherapeut, die in dat geval probeert te komen tot duidelijke afspraken. “Mogelijk dat vaste dagen en tijden voldoende structuur bieden.”
.
Ook andere afspraken kunnen belangrijk zijn, zeker wanneer een van de partners een angst- en paniekstoornis met een bepaalde fobie heeft. “Een heel moeilijke opgave, maar toch noodzakelijk.”
.
Psychische of psychiatrische problemen hebben ook veel andere gevolgen voor relaties. Ziekte van de moeder ontwricht een gezin het meest, is de ervaring van Vogelaar. Kinderen moeten hun moeder vervangen en het gevaar voor sociaal isolement ligt op de loer. Bij ziekte van de vader kan het inkomen in gevaar komen. “Daar ligt een grote taak voor de diaconie”, aldus de therapeut, die zaterdag uitgebreid stilstond bij de risico’s voor kinderen van ouderen met psychische problemen.
.
In theorie lopen deze kinderen een groter risico zelf psychische stoornissen op te lopen. De aanwezigheid van een zieke broer of zus heeft vaak veel impact op de andere kinderen binnen het gezin. Het kan bij hen leiden tot een mengeling van loyaliteits- en schuldgevoelens.

De invloed van psychische problemen is in alle gevallen groot. Volgens Vogelaar bestaat het gevaar dat er “een hulpverleningscirkel ontstaat. De gezonde partner mist een praatpaal. Daarom is een vereniging waarbinnen gesprekken worden aangegaan ook zo belangrijk. Daarnaast kan humor verlichting bieden en is het belangrijk dat alle partijen de beperkingen accepteren. Vaak komt het ook neer op het doormaken van een rouwproces. Dit kan een grote worsteling met God inhouden, waarom Hij het leven zo leidt.”
.
De psychotherapeut wees de aanwezigen op de tekst: “Werp al uw bekommernissen op Hem, want hij zorgt voor u.” “En lukt dat werpen niet meer, dan is er nog de mogelijkheid van Psalm 37:5: Wentel uw weg op den Heere, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken.”

Interview in Reformatorisch Dagblad

“Het is niet gek als je last hebt van een angststoornis, maar wel lastig”

Klem op een vluchtheuvel

Michiel Bakker

Ze hebben te maken met straatvrees, smetangst, controledwang, kerkfobie en tal van andere klachten. Buitenstaanders begrijpen hen veelal niet, waardoor ze zich vaak alleen voelen staan. Sinds vijfjaar biedt een christelijke vereniging mensen die lijden aan angst- en dwangstoornissen of fobieën de mogelijkheid lotgenoten te ontmoeten, ervaringen uit te wisselen en geloofsvragen met elkaar te delen. “In de kerk kreeg ik voor het eerst een paniekaanval. Dan weet je echt niet wat er gebeurt.”
Terwijl zijn hond zich op de mat in de gang nestelt, schenkt Eric Visser (40) thee. In zijn royaal met planten aangeklede woonkamer vertelt de Apeldoorner dat hij op zijn dertiende last kreeg van smetvrees en controledwang.
“Het sloop er langzaam in. Ik begon alles te controleren. Of de deur goed dicht zat, of ik de kraan had uit gedaan, of ik het licht niet had laten branden. Ik kon er niet van loskomen. Als gevolg van smetvrees stond ik twee uur lang onder de douche.” Zijn middelbareschooltijd bestempelt Visser als een verschrikking. “Mijn klachten probeerde ik zo goed mogelijk voor iedereen te verbergen. Ik was perfectionistisch en bleef maar doorleren. Intussen kon ik de stof slecht in me opnemen. Op de mavo werd ik gigantisch gepest. Het was een afschuwelijke periode.” Na zes jaar behaalde Eric zijn mavo-diploma, waarna hij de tweejarige Intas-opleiding voor ziekenverzorgende ging volgen. De theorie ging hem goed af, maar tijdens het praktijkgedeelte in een verzorgingshuis stuitte hij op problemen.
Angst speelde hem parten. “Ik was bang dat ik medicijnen aan de verkeerde persoon zou geven of dat ik iemand een verkeerde dosis zou toedienen. Ik was heel krampachtig.” Inmiddels weet Visser dat hij lijdt aan een hersenziekte die erfelijk is bepaald. Ook zijn moeder had last van smetvrees en straatangst. Zijn drie zussen kampen niet met angst- en dwangklachten. Een van hen ziet inmiddels wel een aantal van deze verschijnselen bij een van haar kinderen optreden. Propje papier Na het overlijden van zijn moeder in 1985 brak voor Visser een zware tijd aan. “Vanaf dat moment namen mijn klachten explosief toe. Mijn moeder is helemaal in het wit begraven, net als koningin Wilhelmina. Ik legde de link met alles wat wit was. Elk wit propje papier, wit steentje of stukje kauwgom gaf me angst. Ik kan nog steeds geen post wegdoen in een witte envelop. Dan denk ik dat er iets tussen zit. Ik kan het niet verklaren.” In de loop der jaren veranderde het klachtenpatroon, maar Visser kan zich geen dag zonder angst en dwang herinneren. “Vanaf het moment dat ik ’s morgens m’n ogen opendoe totdat ik ze ’s avonds dicht doe, is het aanwezig. Als ik buiten loop en een straat heb overgestoken, denk ik: Ging het wel goed? Dan ga ik terug. Soms sta ik op een vluchtheuvel en kan ik geen kant meer op. Dan duurt het een kwartier voor ik verder durf over te steken. En als ik aan de overkant ben, loop ik meteen weer terug.”
In 1988 ging Visser zelfstandig wonen. Dat kwam zijn gezondheid niet ten goede. “Ik moest alles zelf doen. Als ik ging schoonmaken, hield ik niet meer op.” Wijzend naar zijn wandmeubel: “Ik was een dag bezig om dat schoon te maken. Aan het eind van de dag had ik knallende hoofdpijn. De volgende dag had ik geen energie om iets anders op te pakken. Tot 1989 heb ik verschillende baantjes gehad. Ik pakte alles aan, van schoon tot zeer vies. Uiteindelijk ging het niet meer.” Naast diverse andere klachten speelt de laatste twee jaar vooral controledwang Visser parten. “Het afsluiten van de voordeur is het ergste. Ik ben al snel twintig minuten bezig om te controleren of die goed op slot zit, als ik tussendoor niet word afgeleid. Vanmorgen heb ik er honderd keer tegenaan gedrukt. Soms is veertig of vijftig keer voldoende. Daarna sta ik dan nog tien minuten naar het slot te kijken. Datzelfde geldt bij de controle van de ramen. Het is tijdrovend en energieverslindend. Hoe vermoeider ik ben, hoe ernstiger de klachten zijn .”
Paniekaanval van Gils (35) uit Ouderkerk aan den IJssel herkent het verhaal van Visser voor een deel. Vanaf haar jeugd had ze te maken met onverklaarbare angst. “Als ik in de stad liep, was ik heel bang. Zonder dat ik precies wist waarvoor. Ik had een sterke angst voor buitenlanders. Waarom? Dat wist ik niet. Een tante van mij had een tuindersbedrijf waar een aantal Marokkanen werkte. Als ik daar was en ze vroeg of ik hen wilde roepen voor de koffie, vond ik dat vreselijk eng.” Rond haar zeventiende kreeg Van Gils meer klachten. “Ik dacht dat ik hyperventileerde. Het ging alleen nooit weg, was de hele dag aanwezig. In de kerk kreeg ik voor het eerst een paniekaanval. Dan weet je echt niet wat er gebeurt. Het zweet liep me over de rug. Later kreeg ik hetzelfde toen ik voor een stoplicht moest wachten. Daarna vond ik het verschrikkelijk voor een verkeerslicht te staan. Ik was bang dat het weer zou gebeuren.
” Via de huisarts kwam ze bij de riagg terecht. Gesprekken met een psycholoog leidden niet tot vermindering van de klachten. “Ik heb er lang over geprakkiseerd waar ze vandaan komen, maar ik weet het niet. Echt niet. Ik heb geen traumatische jeugd gehad. Het zit toch een beetje in de genen, denk ik.” Na haar negentiende raakten Van Gils’ problemen lange tijd grotendeels op de achtergrond. Ze trouwde, kreeg drie kinderen, leidde een normaal leven.
Dat veranderde toen in 1997 haar moeder overleed. “De klachten kwamen in alle hevigheid terug. Het was duidelijk geen hyperventilatie, maar echt angst. Grote angst. Ik was bang voor heel gewone dingen. Het lukte me bijvoorbeeld niet om boodschappen te doen. Buiten de deur voelde ik me niet prettig. Ik heb wel gedacht: Had ik maar iets speciaals waar ik bang voor was. Spinnen of zo. Maar het kon van alles zijn.”
Medicijnen
Uiteindelijk dwong Van Gils zichzelf het huis uit te gaan. “Ik dacht: Anders kom je op den duur nergens meer. Ik ging overal heen, maar kon nergens van genieten.” Meer dan eens kreeg de Ouderkerkse, lid van de hervormde gemeente in haar woonplaats, in de kerk een paniekaanval. “Sommigen gaan er dan uit, maar dat wilde ik niet. Als je een keer bent weggelopen uit de dienst, is het de volgende keer moeilijker om te blijven zitten of om nog naar de kerk te gaan. Ik kan overigens wel begrijpen dat mensen de kerk uit gaan. Het is onwijs moeilijk om te blijven zitten. Ik hoorde dan ook niets meer van de preek, liet alles over me heen komen. Intussen telde ik de mensen met een bril, puur als afleiding. Als ik daarmee klaar was, zocht ik iets anders. Je wordt er enorm moe van.
“Van haar huisarts kreeg ze medicijnen om de klachten onder controle te krijgen. “Eerst wilde ik dat niet, maar het moest wel. Anders zou ik op den duur waarschijnlijk de hele dag op een stoel hebben gezeten met een stijve nek van de angst. Ik kreeg paroxetine, een antidepressivum. Dit middel werkt ook tegen angst- en dwangklachten. Daardoor ben ik van de angst af gekomen. Ik kan niet meer zonder dit medicijn. Een paar keer heb ik geprobeerd ermee te stoppen, maar dan kwam de angst na een poosje terug.
“Hoewel ze op geen enkele wijze terugverlangt naar haar angst, merkt Van Gils dat medicatie ook een nadeel heeft. “Toen ik geen medicijnen gebruikte, had ik sterk het gevoel dat ik God nodig had. De pillen zwakken dat gevoel af. Dat werkt door in mijn geloofsleven. Bij het zingen van bepaalde psalmen biggelden vroeger de tranen over mijn wangen. Dat heb ik nu niet meer. Dat wil niet zeggen dat mijn geloof minder echt is. Het gaat niet om de tranen. God ziet het hart aan. Maar dat sterke gevoel van afhankelijkheid mis ik wel eens.
“Het was een aantal jaren geleden voor Van Gils een belangrijke ontdekking dat de Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën (CVADF) bleek te bestaan. “Dat gaf me het idee: Het is dus niet iets geks wat ik heb. Er is zelfs een vereniging die onze belangen behartigt.
Het komt veel voor dat mensen niet willen accepteren dat ze klachten hebben. Ze schamen zich ervoor. Het is belangrijk dat die gedachten worden doorbroken. Het ís niet gek als je last hebt van een angststoornis, maar het is wel lastig.” Een ontmoetingsdag van de CVADF heeft Van Gils nooit bezocht. “Daarvoor moet je naar Veenendaal. Dat zie ik niet zitten. Als ik daar een paniekaanval zou krijgen, ben ik anderhalf uur van huis. Dat is te lang. Ik heb nog steeds moeite met ver weg gaan.” Wel bezoekt ze twee keer per jaar in haar eigen regio huiskamerbijeenkomsten voor mensen met angst. “De herkenning die je daar vindt, is heel belangrijk.” Hoewel ze met gebruik van medicijnen haar probleem grotendeels onder controle heeft, vindt ze betrokkenheid bij de CVADF nog steeds van belang. “Ik hoop nu iets voor anderen te kunnen betekenen. Sinds kort schrijf ik voor ons kwartaalblad Digitalis en werk ik mee aan de opbouw van de website. Het voordeel van een site en e-mail is dat mensen op een moment dat het hun uitkomt contact kunnen zoeken en hun verhaal kunnen mailen naar mensen die hen begrijpen.
Dwangklinieken
Dat het vaak lang duurt voordat mensen hulp zoeken, bevestigt Eric Visser uit eigen ervaring. De Apeldoorner tobde jarenlang in eenzaamheid met zijn angst- en dwangprobleem. “Ik heb zo lang mogelijk geprobeerd het zelf te rooien.” Er kwam een moment dat het niet meer ging. In 1989 kwam hij via zijn huisarts bij een psychiater terecht. Het was het begin van een jarenlang traject in de hulpverlening. Zo volgde hij twee jaar dagbehandeling in een psychiatrisch ziekenhuis en verbleef hij enkele maanden in twee gespecialiseerde dwangklinieken. “De eerste opname hielp iets. Ik ben toen van het urenlange douchen af gekomen.
Bij de tweede opname dacht ik dat het uiteindelijk 30 tot 40 procent beter ging. Er was echter geen goede nazorgbehandeling. Na drie maanden was ik terug bij af.” Twee jaar geleden kwam Visser bij het UMC in Utrecht terecht. De artsen hadden niet het idee iets te kunnen toevoegen aan alle behandelingen die hij al had ondergaan.
Inmiddels diende zich een nieuwe mogelijkheid aan, die nu wordt onderzocht: Deep Brain Stimulation (DBS). “Dat is een voor Nederland nieuwe behandeling voor mensen met een ernstige dwangstoornis bij wie medicatie niet helpt. Er worden twee gaatjes in de hersenpan geboord waarin elektroden worden geplaatst. Verder krijg je twee kastjes onder beide sleutelbenen. Daardoor moeten er stroompjes naar je hersenen gaan. Die zorgen voor een goede prikkeloverdracht.” Visser geeft een voorbeeld. “Als ik het huis uit ga, hoor en zie ik dat de deur dicht is, maar het kwartje valt niet. Daarom blijf ik het eindeloos controleren. Soms kunnen medicijnen voor de juiste prikkeloverdracht zorgen. Omdat dat bij mij niet helpt, biedt Deep Brain Stimulation misschien een oplossing.
Voor eind juli hoor ik of ik voor deze operatie in aanmerking kom en tot de eerste zestien Nederlanders behoor die deze kunnen ondergaan. In dat geval zal ik voor december volgend jaar worden geopereerd. De ervaring in het buitenland leert dat zo’n operatie positief uitwerkt. Als dat toch niet het geval is, kunnen ze de ingreep ongedaan maken.”
Moestuin
Op dit moment stempelt zijn ziekte Vissers leven. Twee dagen per week werkt hij met behoud van zijn uitkering op een zorgboerderij. “Als ik ’s morgens van huis ga, heb ik al anderhalf uur dwang achter de rug. Op de boerderij kan ik in m’n eigen tempo werken. Ik heb daar een moestuin. Verder doe ik allerlei klusjes: hout verwerken, gras maaien, schilderen. Er valt altijd iets te doen. De dag erna ben ik afgedraaid.” Eenmaal per week heeft Visser een gesprek met iemand van het RIBW, dat woonbegeleiding biedt aan mensen met een beperking. “Dan kan ik ventileren wat ik heb meegemaakt. Anderen wil ik daar niet mee lastigvallen. Voor een buitenstaander is het moeilijk te begrijpen wat ik voel. De begeleider van het RIBW helpt me
verder mijn post in een envelop te doen en naar de brievenbus de brengen. Als ik naar de brillenzaak of een of andere instantie moet, gaat er iemand met me mee. Een eetgroep, een inloopochtend en een maatjesproject bieden Visser sociale contacten. Verder neemt hij deel aan activiteiten in de baptistengemeente waarvan hij lid is. Hij is blij dat hij geloofsvragen ook kan bespreken met lotgenoten in de Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën. Bij de algemene vereniging waar ik eerder kwam, kun je daar niet over praten, of je moet net iemand treffen die ook christen is. Ik heb veel waaromvragen. Soms ben ik moedeloos, maar toch wil ik aan het geloof vasthouden.
KADER Lotgenotencontact De Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën (CVADF) bestaat vijftienjaar. In juni 2000 ging de vereniging, ondersteund door de Nederlandse Patiënten Vereniging in Veenendaal, van start. De organisatie heeft een brede kerkelijke achtergrond. Zij belegt onder meer ontmoetingsdagen en regionale huiskamerbijeenkomsten voor lotgenoten. Vier keer per jaar geeft ze het blad Digitalis uit, waarvan deze week een lustrumuitgave verscheen.
Meer informatie: www.cvadf.nl; e-mail: info@cvadf.nl (secretariaat CVADF); of via de NPV: tel. 0318-547888.
Bron: RefDag.

Internet tegen de angst

Je hoeft de deur niet uit, maar er komt wel warmte binnen – Internet tegen de angst –
Een angst- of dwangstoornis kan voor gelovige mensen een extra pijnlijke dimensie hebben. Neem een vrouw met vloekdwang. Haar schuldgevoel is bijna niet te dragen. De Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën (CVADF), die morgen precies vijfjaar bestaat, wil er juist voor hen zijn. Maar hoe bouw je een stabiele vereniging met mensen die soms nauwelijks de deur uit durven?
Door Rien van den Berg
Je ziet het niet als iemand een angst- of dwangstoornis heeft. Iedereen controleert het gas toch wel eens extra als hij het huis uit gaat? Dat Vrouwkje Messink haar slaapkamerdeur bij het dichtdoen op een bepaalde manier moest loslaten, ‘zodat het goed voelt’, zag buiten haar gezin om niemand. Haar man en haar vijf zoons zagen haar teruglopen naar de deur om het over te doen, totdat haar gevoel klopte. Of ze zagen haar zenuwachtig en onzeker worden als ze het niet deed. ,,Het kwartje viel niet dat het goed was.’’
De angst- of dwangstoornis zorgt er ook zelf voor dat niet veel mensen van buiten in de gaten hebben wat er aan de hand is. ,,Ik durfde mensen niet meer thuis te ontvangen, want ik liep vast in het huishouden. Mijn man is nogal spontaan, dus die nodigde gewoon neefjes en nichtjes uit te logeren. Dan liep ik op mijn tenen om alles klaar te krijgen.’’ Eenzaamheid is een gevolg van de stoornis, en tegelijk verergert vereenzaming de symptomen.
Messink liep vast. Je kunt niet alles controleren. ,,Controleren doe je niet alleen met je handen, maar ook in je hoofd. En op een gegeven moment loopt het daar spaak.’’ Ze weet nog goed wanneer dat was. Haar jongens waren de avondvierdaagse aan het lopen. Ze kreeg het in haar hoofd niet meer op een rijtje en zocht hulp.
Dat is inmiddels een paar jaar geleden. Inmiddels gaat het beter. Ze zit in het bestuur van de CVADF. De vereniging is nooit erg actief naar buiten getreden, maar nog niet zo lang geleden lag ze zieltogend weg te kwijnen. Messink zette ze de schouders eronder en blies de CVADF nieuw leven in. ,,Al zouden alleen de lotgenotendagen maar doorgezet worden!’’ Er kwam een voorzitter, Henk Dekker. Wout Bunt zette het verenigingsblad Digitalis weer op poten. Marc de Groot begon aan het bouwen van een website.
Alle vier hebben ze hun verhaal. Bunt moest toezien hoe zijn vrouw geveld werd door een hersenstambeschadiging. Hij zag van dichtbij hoe haar angst om naar buiten te gaan een leven op slot kan gooien. ,,Inmiddels fietsen we weer los naast elkaar!’’ Dekker was als vrijwilliger betrokken bij een vrouw met een dwangstoornis. De Groot werkte bij een internationaal opererende kartonnagefirma, kreeg een burn-out, en daarbij een obsessieve compulsieve stoornis (nieuwe term voor de oude dwangneurose). Had met zijn perfectionisme te maken, zegt hij nu. ,,Ik had dwanggedachten. Niet heel erg, maar ik ken wel een stukje van het probleem.’’
Legio
In Nederland zijn naar schatting 1,3 miljoen mensen met klachten in de categorieën angst of dwang. De Groot: ,,Dat cijfer moet je wel nuanceren, want niet iedereen die een keer extra het gas controleert is ziek.’’ Maar het probleem zal zeker groeien, in de komende jaren, verwacht De Groot. Zijn collega-bestuursleden dragen daarvoor argumenten aan. Bunt: ,,Er is een groot gebrek aan intimiteit in de samenleving. Op jonge leeftijd worden mensen al geschokt in hun vertrouwensbasis. De hunkering naar veiligheid, vertrouwen en trouw wordt voordurend ondermijnd door de overdaad aan seks op televisie, door het grote aantal scheidingen en door de groepsdwang onder leeftijdgenoten, waar het haast een must is om voor je achttiende wisselende sexuele contacten te hebben.’’
Dat zou dan in christelijke milieus toch minder moeten spelen, zou je zeggen. Daar zijn gezinnen gemiddeld genomen beduidend stabieler en wordt het trouw als een deugd gezien. Maar daar willen de bestuursleden niet aan. Bunt: ,,Dat zóu zo moeten zijn. Maar zeker in positief
christelijke milieus speelt iets heel anders. Daarin groeit men op met een eendimensionaal mensbeeld. Vader vertegenwoordigt de buitenwereld, moeder de binnenwereld. En dan kom je in de puberteit in een wereld terecht waarin dat volstrekt door elkaar loopt. En dat is een wereld waar de traditionele kerken geen antwoord op hebben.’’
Bunt haalt de geschiedenis aan van Jezus die naar het tienstedengebied vaart en daar een bezetene ontmoet, die zichzelf voorstelt als ‘legio’. ,,Er wordt van kinderen op heel jonge leeftijd gevraagd om ‘legio’ te zijn. Juist mensen uit traditionele christelijke gezinnen, waar alles thuis nog helder gescheiden was, hebben daar veel last van.’’
De Groot vult aan: ,,Dit soort ziektes gaan een kerkelijke gemeenschap niet voorbij. En wij zijn ook wel geneigd om dingen te ontkennen. Ik ben er niet van overtuigd dat het bij ons meer voorkomt, maar ik geloof wel dat er onder christenen ook meer wordt weggemoffeld.’’ Vrouwkje Messink legt uit hoe dat kan werken. ,,Ik ken een christelijke vrouw met vloekdwang. Ze vindt dat vreselijk. Ze voelt zich schuldig, zondig. Ze moest ervan overtuigd worden dat haar gedrag geen zonde is, maar ziekte. Ze moet dus niet om vergeving bidden, maar om genezing.’’ Ze heeft wisselende ervaringen met haar predikanten. Gelukkig reageerde de dominee die ze had toen ze vastliep, bijzonder goed. ,,Ik had een boek over de stoornis, en dat heeft hij gelijk gelezen. Hij wist van een andere vrouw in de gemeente, met smetvrees, en die heeft hij met mij in contact gebracht.’’ Inmiddels spreekt Messink vrijuit. Een stukje in het kerkblad resulteerde in nog twee mensen die zich bij haar meldden, en een stuk of tien andere reacties.
Meer dan een lotgenotenclub
De CVADF wil meer zijn dan alleen een lotgenotencontactclub. Het grote probleem van de vereniging is, dat de leden instabiel zijn en de neiging hebben zichzelf af te zonderen. Bunt: ,,Het is heel moeilijk om mensen actief te houden en ze toch niet overmatig te belasten. Het is nu eenmaal een ziektebeeld met periodes van terugval. Soms zijn mensen maandenlang bijna tot niets in staat.’’vereniging wil graag een opstapje zijn voor mensen. Mensen met een angst- of dwangstoornis kunnen via de CVADF contact maken met mensen die wél begrijpen wat ze doormaken. Maar al vanaf het begin ervaart de vereniging dat zelfs dát al te veel gevraagd kan zijn. Al in de uitnodiging voor de allereerste ‘lotgenotendag’ getuigen de organisatoren van dat besef. Mensen met een angst- of dwangstoornis kunnen vaak niet autorijden, zijn mensenschuw, hebben smetvrees of allerlei andere problemen die het onmogelijk maken de contactdagen te bezoeken. Onder de uitnodiging staat een adressenlijst, met de oproep: ‘Wacht niet af, maar reageer!’ De praktijk bleek weerbarstig.op dat punt echter biedt internet een kans. Marc de Groot bouwde een website, waarop allerlei artikelen uit de media terug te vinden zijn, waarop links staan naar bijvoorbeeld het Universitair Medisch Centrum in Utrecht en naar de ADF, de niet-christelijke vereniging voor mensen met een angst- of dwangstoornis, en waarop ook een forum komt. Internet is de laagste drempel. Mensen die de deur niet uit hoeven, kunnen zo toch contact met elkaar maken, of in elk geval op de site de gesprekken op het forum volgen. Dat alleen al doorbreekt het isolement en de eenzaamheid. Bunt: ,,Je hoeft de deur niet uit, maar er komt wel warmte binnen.’’ Juist om de instabiliteit van de leden, zoekt het bestuur naar versterking uit de kring om hen heen. De man van Vrouwkje Messink vervult bijvoorbeeld ook bestuurstaken. Mensen als hij weten van de hoed en de rand, zijn inhoudelijk zeer betrokken en zijn bovendien zelf wel in staat om een betrouwbare factor in de organisatie te zijn.
Het bestuur wil groeien. Naar buiten treden. Voorlichting geven op scholen, lezingen houden voor kerkenraden of classes. De Groot: ,,Uitleggen wat er aan de hand is. En dat 1 op de 12 mensen mee te maken heeft.’’ Kan de zojuist gereanimeerde vereniging dat aan? ,,Nog niet. We zijn net weer op sterkte. We zijn de boel aan het optuigen. Maar de plannen liggen er.’’

Gehandicapten waardevol voor maatschappij

Gehandicapten waardevol voor maatschappij

Webwinkel met werk van mensen met beperking zorgt voor meer rendement

Beek, 17 december 2009 – Ook gehandicapten en andere mensen met een beperking zoeken naar mogelijkheden om bij te dragen aan onze maatschappij. Er is veel talent onder mensen met een beperking. Met de juiste begeleiding en/of aangepaste middelen kunnen zij waardevolle producten en diensten realiseren. Wel ontbreekt het hun vaak aan mobiliteit en/of kennis en vaardigheden om hun producten en diensten actief aan de man te brengen. En onbekend maakt nog steeds onbemind. Daarom heeft Sympassion Marketing & Communicatie in Beek webwinkel ‘Feels Good’ opgezet. In deze webwinkel kunnen mensen met een beperking hun producten en diensten gratis presenteren op internet. Hierdoor maken ze kans op meer bekendheid, een beter rendement en meer welzijn.

Lees verder op internet:

I: http://www.sympassion.com
I: http://www.passie-in-limburg.nl

Of stuur een berichtje naar mailto:info@sympassion.com

Ervaringsverhaal

Mijn beleving met een partner die controle dwang heeft.
Opnieuw maakt het schrijven van dit korte verslag emoties bij mij los.
Je denkt het is wel verwerkt. We zijn er met Gods hulp door heen gekomen.
Toen ik verkering met mijn vrouw kreeg viel het mij wel op dat zij perfectionist was. Mijn vrouw was medisch analiste, een beroep waarbij controle normaal is. Ik bewonderde haar daarom. Zelf was ik nogal slordig
De kwaal bouwt zich langzaam op en wordt door de patiënt op een haast professionele manier voor haar omgeving verborgen. Het is toch normaal dat de wasmachine wordt gecontroleerd. Het kost anders je wasgoed of zelfs de machine. Maar dan is 1 controle voldoende. 20 keer is echt niet nodig. En het afwasbakje mag ook wel scheef in het kastje staan. Mocht het er anders staan dan heeft niemand er last van en er gebeurt ook echt geen ramp.
Door mijn lange werkdag en kerkraadswerk signaleerde ik niet en was er van een normale correctie dus ook geen sprake. Wat mijn wel verbaasde was dat zij met bv. aankleden wel erg lang bezig was. Ik heb mij in die tijd verschrikkelijk eenzaam gevoeld. Was er iemand naast mij? Zo leek het wel. Later kom je er achter: het was niet iemand maar het was de “controle”. Er zijn te veel zaken om op te noemen. Maar het er echt in vastlopen kwam na het overlijden van mijn schoonmoeder, de geboorte van onze jongste zoon en de wiegendood van het zoontje van mijn jongste broer, allemaal binnen 1 maand. Er volgde een lange en moeizame weg bij verschillende hulpverleners. Maar wij zijn op de goede weg. Wij weten hoe belangrijk het is dat je wordt begrepen. Daarvoor is een lotgenotenvereniging een ideaal instrument. Ook de partner heeft een stuk herkenning of erkenning nodig.

Angsten

Hartkloppingen, zweethanden, droge mond, trillende benen, Paniek!

door Galiëne Gerritsen

Een op de vijf Nederlanders maakt in zijn leven een angststoornis door. Dat is een ijsbergpuntje, een nog veel grotere groep Nederlanders lijdt niet, maar heeft er wel last van. Angst staat aan de top van alle klachten, maar lijkt zo ‘gewoon’, dat er maar weinig aandacht voor is. Tijd voor een hoog agendapunt, dachten de organisatoren van Nacht van de Angst, afgelopen week in het centrum van Utrecht.

De dag dat Vrouwkje Messink vastliep, stond ze voor het aanrecht en keek verdwaasd naar het koffiezetapparaat. ,,Ik wist niet meer hoe ik moest koffiezetten, ik geloof dat ik maar wat anders genomen heb. Koffiezetten, deuren openen en dichtdoen, de was opvouwen en opruimen, van elke handeling had ik een ritueel gemaakt die zo perfect, zo gestructureerd moest worden afgewerkt – en als het niet goed ging, weer opnieuw -, dat het niet meer te handhaven was. Tja, hoe zette ik koffie? Gewoon. Eerst water, een nieuwe filter, koffie erbij en knopje aan. Maar door mijn dwangmatigheid wist ik niet meer hoe ik het moest doen, in welke volgorde precies, hoeveel water en hoeveel koffie.’’

Angst is een ondergeschoven probleem. Een op de vijftig volwassenen heeft een dwangstoornis, tweehonderdvijftigduizend mensen per jaar weten uit ervaring wat paniekstoornissen zijn en in totaal heeft zeventien procent van de Nederlanders kans op een angststoornis. Toch vinden de meeste mensen dat ‘de last van angst’ bij het leven hoort, net als hoofdpijn. Artsen verbinden vaak de symptomen niet met de grond van de klacht en vanuit de medische industrie gaat de aandacht liever uit naar medicijnen die de aandacht voor ziektes oproepen, dan naar ‘pillen voor vage klachten’. Bovendien, en dat is misschien nog wel het grootste probleem, bangeriken houden de klachten voor zichzelf. Peter Meulenbeek, gezondheidspsycholoog en onderzoeker bij GG-Net en het Trimbos Instituut, merkt dat als clienten aankloppen voor hulp. De meesten hebben een voorgeschiedenis van jaren. ,,Veel angstlijders hebben het idee dat ze de enige zijn met die klacht, dat ze niet zoveel aankunnen en raar zijn in vergelijking met anderen.’’

Zodra mensen met een angststoornis in het ziekenhuis komen, hebben ze geen last van verschijnselen, valt psychiater Damiaan Denys op, medisch hoofd van de onderzoeksafdeling angststoornissen in het UMC. ,,Als je angst mag toelaten, ben je opeens niet meer bang.’’ Met de twee meest voorkomende angsten die hij ziet, heeft iedereen ervaring. Op één staat specifieke fobie. Iemand is bang voor spinnen, muizen, vissen, of het onweer, ,,een angst in verschillende gradaties, en daardoor wijdverbreid. Relatief het makkelijkst te behandelen.’’ Sociale fobie zit daaronder, ,,de angst beoordeeld te worden ten overstaan van anderen’’. Voorgaan in gebed, een menigte toespreken, als jarige op een stoel staan en toegezongen worden. ,,Plankenkoorts, dat kent iedereen. Dat is normale angst. Als het groter wordt, dagelijks voorkomt, als de impact ervan je leven belemmert, dan spreken we over een stoornis.’’
Vreemd, een samenleving waarin mensen steeds meer weten en situaties ook steeds beter in bedwang kunnen houden of onder controle krijgen, zou minder angstig hoeven zijn dan die van – pak ‘m beet – een aantal eeuwen geleden, denkt Denys wel eens. ,,Kennelijk levert controle geen rust. Ik denk zelfs, dat we lijden aan het tegendeel: Hoe meer controle, hoe minder wij kunnen aanvaarden. We zijn zo gewend aan het perfecte, dat we onzeker worden van ons bestaan. Heel diep doorgeredeneerd vormen wij onze eigen angsten.’’

Het is moeilijk uit te leggen aan iemand die het niet voelt wat angsten doen met je, vindt Vrouwkje Messink. Elke keer de deur dichtdoen van de slaapkamers. De kruk loslaten, maar toch twijfelen: Ging dat wel goed genoeg? ,,Al bij die gedachte ging ik terug om het opnieuw te doen. Net zo lang tot het kwartje viel, tot het ‘goed’ voelde, de onrust weggleed en ik op de trap gewoon kon doorlopen. Als ik dat niet deed, bleef de onrust. Een naar, vaag gevoel, dat groeide en overging in angst. Pijn in mijn buik, hartkloppingen, paniek.’’
Eigenlijk was dat al sinds het begin van haar trouwen. Vrouwkje noemt zich ,,erg introvert, zeer gesloten’’. Toen er kinderen kwamen, groeiden die met haar dwanghandelingen op alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. ,,Later, toen ik ermee naar een psycholoog ging, vroegen ze: Waarom dan? Ik zei: ,,Je weet toch dat mamma altijd controleert of de deur dicht zit en steeds de boeken recht zet? Nou, daarom.’’ Dat begrepen ze niet. Dat doe je toch altijd al, vonden ze. Dat klopt. Ik wist dat het gek was wat ik deed, niet gewoon, maar toch kon ik het niet tegenhouden. De eerste keer toen tot me doordrong dat het wel afweek van het normale, was toen ik het afdruiprek iedere keer opnieuw opborg, omdat het moest staan zoals ik vond dat het moest staan. Ik merkte de onrust toen op een verjaardag een ander het rekje opruimde. Ik hield het uit tot alle visite wegwas, maar daarna moest ik het opnieuw opruimen, zoals dat hoorde volgens het ritueel.’’

De schaamte is het grootst, daarom zit je zo opgesloten in jezelf, vertelt ze. Die ochtend dat haar man opeens zei: ,,Wat ben je toch lang bezig met aankleden’’, kromp ze. ,,Ik voelde me betrapt. Maar het klopte wel: mijn bh moest rechtzitten, het T-shirt precies zoals het hoorde, daarna de kousen, alles volgens het patroon zoals dat in mijn hoofd zat. Inderdaad, zelfs voor mijn man hield ik dat verborgen. Ik denk omdat ik wel wist hoe verschrikkelijk gek ik deed. Ik was bang het gevoel bevestigd te horen te kort te schieten.’’
Die controledwang – handelingen tellen, lijstjes maken – heeft ze nog steeds. Dwanggedachten zijn moeilijker uit te bannen dan dwanghandelingen. ,,Loop ik naar boven om de was in de machine te doen, dan tel ik wat ik doe: de stappen, de schep waspoeder in het bakje, de knopjes die ik indruk. Voorheen telde ik de hele dag en maakte ritmes van zinnetjes. ,,Dit is oké’’, vier lettergrepen. Dat kun je in tweeën hakken, ‘rond’ maken met even getallen. Het tafelkleed uitkloppen: tien keer de lange kant, vijf keer de korte kant. Het zeil schoonvegen met een doekje, twintig keer. Met groeiende stress en drukte sla ik weer hierin door, maar het stramien beheerst mijn leven niet meer en ik weet nu dat de angst die daarbij opkomt een piek heeft en weer daalt.’’ Dat herhaalt ze, ,,iedere aanval heeft een piek, daarna zakt het weer, écht waar’’, want voor mensen met angst kan die wetenschap troostvol zijn.

Een lotgenotengroep helpt onzekerheid bespreekbaar te maken, zegt Josiene van Hamersveld, directeur van de stichting Angst Dwang en Fobie. ,,Angst is een moderne ‘aandoening’, iedereen moet beantwoorden aan een bepaald beeld van succes. Dat bevordert onzekerheid bij mensen met een stoornis.’’ Jaarlijks bellen zo’n vijfduizend mensen om advies, de stichting telt vijftien praatgroepen. Vrouwkje Messink deelt haar ervaringen met deelnemers van een christelijke praatgroep, de CVADF. Dat heeft meerwaarde, vindt ze ,,juist christenen met angststoornissen kunnen elkaar veel troost bieden, terwijl dat in reguliere praatgroepen niet gauw aan bod komt.’’ Gaandeweg de angstjaren was haar geloofsbeleving vervlakt, ,,ik zakte weg bij God, werd sceptisch, het zei me allemaal niet zoveel meer. Nu ik met medicijnen en therapie mijn angsten onder controle heb, is dat anders. Ik zit nu heel anders in de kerk. Overigens verschilt dat nogal, ik ken ook mensen, opgegroeid met een rechtlijnig geloof en met de nadruk op angst, die moeite hebben een eerlijk Godsbeeld vast te houden. Dat zeg ik voorzichtig, want erg absoluut is het niet. Een lotgenotengroep helpt ook hierin mensen weer verder te helpen.’’

Onlangs stuurde de minister van volksgezondheid een nota door de Kamer, waarin hij pleit voor meer preventie bij angst. Dat is een kolfje naar de hand van psycholoog Peter Meulenbeek. Hij heeft een cursus geschreven – Geen paniek! – die is bedoeld voor mensen met lichte klachten. Via advertenties en huisartsen melden deelnemers zich aan. Opvallend is, dat de meeste deelnemers hun eigen klachten niet herkenden als angstaanvallen. ,,Wie geregeld bange gevoelens kent, en zich daarover zorgen maakt, gaat eens naar de huisarts. Maar wat vertel je daar? Ik voel me vaak duizelig, kortademig en zweterig, want dat zijn immers de verschijnselen waarvan je last hebt. Een huisarts denkt bij die klachten aan iets lichamelijks. Na onderzoek stelt hij de patient gerust: ,,Mevrouw, u mankeert niks.’’ Iemand met angstklachten is daardoor niet gerustgesteld. Hij gaat nog meer aan zichzelf twijfelen, als hij de deur uitloopt, denkt hij: Ben ik gek aan het worden, ik had toch ergens last van? Bij een volgend voorval zal die onrust groeien, of de patient zal bang worden voor ‘een volgende keer’. Dat is de kiem voor de stoornis: de angst voor de angst.’’
Aan de cursus heeft het Trimbos Instituut een onderzoek gekoppeld dat zicht moet geven op de vraag of preventie bij angst helpt de kosten tegen te houden. ,,Reken maar dat angststoornissen onze economie wat kosten, aan ziekteverzuim, maar ook aan de rondgang langs specialisten. Ben je dat voor, dan kun je veel winnen, laat je het op z’n beloop, dan glipt het probleem je door de vingers.’’

Heksensoep en haai

In de kleine ruimte van het Informatiecentrum Geestelijke Gezondheid in Utrecht zaten afgelopen maandag een handje vol bangeriken bij elkaar. De Nacht van de Angst (georganiseerd door de Angst Dwang en Fobiestichting, het Informatiecentrum en Altrecht Preventie) was vooral met humor omkleed: een angsthaas die toegangskaartjes uitdeelde, een kok die een griezelig dagmenu had samengesteld van heksensoep en haai en een workshop over vliegangst om er alvast een beetje van af te komen. Humor relativeert, vinden de organisators en bovendien moest die ludieke aanpak het jonge publiek met lichte angsttrekjes trekken. Opeengepakt in een benauwde ruimte was de vraag wie wel eens last had van claustrofobie een inkoppertje: vijf mensen van de twintig staken hun hand op.

De bezoekers kregen vooral veel feitelijke informatie, dat helpt om te verklaren waarom ze ervaren wat ze voelen. Er bestaan zeven soorten angststoornissen:
Specifieke fobie (waarbinnen ook hoogtevrees en vliegangst vallen), sociale fobie, paniekstoornis met of zonder pleinvrees, dwangstoornis, posttraumatische stressstoornis, algemene angststoornis/piekerstoornis, hypochondrie (angst voor lichamelijke z