Navigate / search

Stageverslag

INSTELLINGSVERSLAG
CVADF
CHRISTELIJKE VERENIGING VOOR ANGST-, DWANGSTOORNISSEN EN FOBIEËN

Naam instelling
CVADF
Christelijke Vereniging
Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën
Secr. Mw. V. Messink
Koning Nobelpad 2
3813 KK Amersfoort

Sociaal geografische situatie
De CVADF is er voor iedereen in Nederland die lijdt aan een angststoornis.

Doelstelling vereniging
Vanuit een christelijk perspectief heeft de vereniging de volgende doelstellingen:
Het bevorderen van persoonlijke contacten tussen mensen die lijden aan ADF
Aandacht voor de spanning die er kan zijn tussen uw geloofsbeleving en uw stoornis
Het verstrekken van informatie en advies en de mogelijkheden van behandeling
Het bevorderen van kennis en erkenning van ADF in kerk en samenleving

p013_1_03

Soort instelling en kenmerken van de werksoort
De CVADF wil mensen met elkaar in contact brengen die lijden aan angststoornissen zoals straatvrees, dwanggedachten en angsten in sociale situaties.
Ook familieleden, vrienden en partners van patiënten wil de vereniging graag steunen.
Angststoornissen komen voor bij zowel bij mannen als vrouwen, bij ouderen en jongeren. De vereniging is er voor mensen met angsten ( zonder een direct aanwijsbare oorzaak) en fobieën (angsten die opgewekt worden door iets wat aanwijsbaar en concreet is). Angst voor mensen en de sociale omgeving wordt sociale angst genoemd. Mensen met een fobie proberen alles om de angstige situatie te voorkomen of te vermijden. Op die manier wordt hun wereld steeds
kleiner. Dwangstoornissen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van dwanggedachten (obsessies) en/of dwanghandelingen (compulsies).

Tot welke bevolkingscategorieën in de samenleving richt de vereniging zich?
De CVADF is een christelijke vereniging, die zich baseert op de bijbel, het onfeilbare Woord van God. De vereniging belijdt dat Jezus Christus de enige weg is tot behoud. De vereniging heeft een brede kerkelijke achtergrond. Jong, oud, lijder aan of familielid van iemand met een ADF stoornis is en een christelijke levensovertuiging respecteert en accepteert is van harte welkom bij de vereniging.

Hoe komt het dat deze cliënten hulp bij het maken van contact nodig hebben?
De CVADF wil meer zijn dan alleen een lotgenotencontactclub. Het grote probleem van de vereniging is, dat de leden instabiel zijn en de neiging hebben zichzelf af te zonderen.
Dhr. Bunt: ,,Het is heel moeilijk om mensen actief te houden en ze toch niet overmatig te belasten. Het is nu eenmaal een ziektebeeld met periodes van terugval. Soms zijn mensen maandenlang bijna tot niets in staat.”
De vereniging wil graag een opstapje zijn voor mensen. Mensen met een angst- of dwangstoornis kunnen via de CVADF contact maken met mensen die wél begrijpen
wat ze doormaken. Maar al vanaf het begin ervaart de vereniging dat zelfs dát al te veel gevraagd kan zijn. Al in de uitnodiging voor de allereerste ‘lotgenotendag’ getuigen de organisatoren van dat besef. Mensen met een angst- of dwangstoornis kunnen vaak niet autorijden, zijn mensenschuw, hebben smetvrees of allerlei andere problemen die het onmogelijk maken de contactdagen te bezoeken. Onder de uitnodiging staat een adressenlijst, met de oproep: ‘Wacht niet af, maar reageer!’ De praktijk bleek weerbarstig.
Juist op dat punt echter biedt internet een kans. Dhr. de Groot bouwde een website, waarop allerlei artikelen uit de media terug te vinden zijn, waarop links staan naar bijvoorbeeld het Universitair Medisch Centrum in Utrecht en naar de ADF, de niet-christelijke vereniging voor mensen met een angst- of dwangstoornis, en waarop ook een forum komt. Internet is de laagste drempel. Mensen die de deur niet uit durven, kunnen zo toch contact met elkaar maken, of in elk geval op de site de gesprekken op het forum volgen. Dat alleen al doorbreekt het isolement en de eenzaamheid. Dhr. Bunt: ,,Je hoeft de deur niet uit, maar er komt wel warmte binnen.”

vlinder_bij_stageverslag

Wie bepaalt dat er een behoefte is, dat er geholpen moet worden en voor wie is hulp nodig?
Als iemand zich opgeeft als lid van de vereniging geeft hij of zij als ware te kennen dat hij of zij behoefte heeft om het verhaal te delen en erkenning zoekt met andere lotgenoten. Door de vereniging wordt geen hulp geboden op het gebied van gedragstherapie of medicatie. Dat gebeurt door gedragstherapeuten, psychologen en psychiaters.
Het aantal leden geeft dus eigenlijk aan dat er behoefte hulp/contact is. De vereniging speelt daarop in door gespreksgroepen op te starten, ontmoetingsmiddagen te organiseren en een contactblad uit te geven. Zo wordt er informatie verstrekt en advies gegeven. Het christelijke karakter van de vereniging voorziet in een duidelijke behoefte van de leden zoals u hieronder kunt lezen.
De CVADF is 5 jaar geleden gestart als de Christelijke Contactgroep Angsten en Fobieën (CCAF). De motivatie om een Christelijke Contactgroep op te starten komt doordat sommigen van de leden begrip missen bij andere organisaties op het moment dat de angst- en fobieproblemen ook te maken hebben met het Christelijk geloof. Kennis van de belevingswereld is dan onontbeerlijk in het onderlinge contact tussen hulpvragende en hulpverlener. Nu, vijf jaar later, wordt de discussie over de waarde van de eigen identiteit en over de waarde van een eigen woord- en beeldtaal soms als verrijkend gezien in intellectuele kringen. “Zonder de poëzie van het geloof is de wereld een stuk minder mooi”, kopte onlangs een liberale kwaliteitskrant.
De contactgroepleden hechten waarde aan een christelijk karakter van hun ontmoetingen. Ze missen bij de algemene stichting de woorden en de beelden die in hun leven veel hebben te zeggen. Intieme gevoelens of ervaringen kunnen alleen gecommuniceerd worden met woorden of beelden die loskomen van de dagelijkse gebruikswaarde. De “lotgenoten” die voor het eerst bij elkaar kwamen in de Immanuëlkerk van Barendrecht kenden en herkenden elkaars eenzaamheid en elkaars vragen. Ze kenden en herkenden ook de waarde van het Christendom in relatie tot hun angst- en fobiestoornissen. Ze herkenden elkaars woord- en beeldtaal en konden elkaar zo tot ‘hand en tot voet zijn”. Die bestaansgrond is nog steeds het fundament van de CVADF.

Waar vinden de werkzaamheden van de vereniging plaats?
De CVADF stimuleert en organiseert activiteiten. Vooral het identiteitsgebonden aspect staat bij deze activiteiten centraal. Voorbeelden zijn:
Gespreksgroepen. Voor wie dat wil is er de mogelijkheid deel te nemen aan een gespreksgroep. Deze groepen vinden bij iemand thuis plaats, in een vertrouwde huiselijke omgeving.
Ontmoetingsmiddagen. Voor zo’n middag kan een spreker uitgenodigd worden, bijvoorbeeld een predikant of een (christen) psychotherapeut. Er is gelegenheid om met elkaar te zingen en er is ruimte voor een persoonlijk verhaal. Er is gelegenheid om elkaar te ontmoeten en met elkaar een gesprek aan te gaan. Deze middagen worden op een centrale plaats in Nederland georganiseerd.
Het contactblad. Enkele malen per jaar wordt een contactblad uitgegeven, getiteld ‘Digitalis’. In dit blad staan interessante artikelen en leuke rubrieken. Ook kunnen ledenoproepen plaatsen om in contact te komen met andere leden.

Welke methoden en hulpmiddelen worden gehanteerd?
Zoals staat beschreven bij de doelstelling wil de CVADF het persoonlijk contact tussen mensen (zover dat mogelijk is) die lijden aan ADF bevorderen. Hoe en op welke wijze de CVADF dat doet staat hierboven beschreven. Graag wil ik wat dieper in gaan hoe de vereniging de huiskamerbijeenkomsten organiseert en wat daar ter sprake komt.

De groep:
Heeft maximaal 10 leden.
Komt 1 keer in de 6 weken bij elkaar

Structuur van de bijeenkomst:
de groep komt maximaal 2 uur bij elkaar
10 min. opening
5 min. per patiënt om zijn/haar verhaal te doen
15 min. pauze
30 min. reageren op het verhaal van de ander of bespreking thema
10 min. rondvraag, afspreken nieuwe data en sluiting

Voorzitter:
eerste 5 keer is er een bestuurslid aanwezig die 4 avonden leidt
op de derde bijeenkomst wordt er aan een van de leden gevraagd na te denken over het leidersschap
op de vierde bijeenkomst is er een evaluatie van de huidige gang van zaken en wordt de nieuwe leider benoemd
de vijfde bijeenkomst wordt geleid door een van de leden, het bestuurslid trekt zich na deze bijeenkomst terug
het bestuurslid die verantwoordelijk is voor het contact met de groep is vanaf dat moment aanspreekpunt, neemt 1 keer in het half jaar contact op met de leider en vraagt naar de gang van zaken

Wat wordt er gedaan aan rapportage?
Van de leden zijn er niet meer gegevens opgeslagen dan die vermeld worden op het aanmeldingsformulier. Het zijn zakelijke gegevens, zoals naam, adres enz. Daarnaast zijn er nog wat gegevens die gaan over het wel of niet deelnemen aan een huiskamerbijeenkomst, wat daar de rede voor is en of men in staat is om te reizen.
Hoe men deelneemt aan de huiskamerbijeenkomsten, wat de angststoornis inhoudt wordt niet gerapporteerd. Men neemt deel aan een lotgenotencontactgroep, waar men vrij is om te spreken ja of nee. Van zo’n bijeenkomst wordt wel een algemeen verslag geschreven, over bijvoorbeeld: opkomst, thema, tips, nieuwe behandelmogelijkheden enz. wat geplaatst wordt in Digitalis.

Vind je de vereniging geschikt als werksituatie HBO-MW?
Je kunt in dit geval alleen spreken over een stageplaats, daar het hier niet gaat over een betaalde baan, omdat de vereniging draait met vrijwilligers. Als stage vind ik de vereniging zeer geschikt voor een HBO-MWD student. Er zijn voldoende uitdagingen en mogelijkheden om te leren. De solopositie en de zelfstandigheid die gevraagd wordt maken wel dat het in mijn ogen een stageplaats is voor een 25+ deeltijdstudent vanaf studiejaar 2. Om een beeld te geven wat er van een stagiair gevraagd wordt zal ik hieronder de advertentie plaatsen die op de CHE-mail heeft gestaan om stagiaires te werven.

advertentie
Beste mensen,

Het bestuur van de Christelijke Vereniging voor Angst-, Dwangstoornissen en Fobieën (CVADF) deed een beroep op ons hen in contact te brengen met potentiële stagiair(es). Na een gesprek met het bestuur over en enige bijstellingen in de randvoorwaarden zien wij mogelijkheden bij deze organisatie.De CVADF werkt onder de paraplu van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV) en werkt met vrijwilligers.De (stagiaire)taak betreft behalve het begeleiden van lotgenotenbijeenkomsten (er zijn ongeveer 10 groepen) ook de uitbouw van het werk naar meer maatschappelijk werk taken.Met name voor een of twee deeltijd studenten liggen hier mogelijkheden.Begeleiding door een maatschappelijk werker is gegarandeerd.
Er is een web-site in bedrijf: www.cvadf.nl
Verder zien we voor voltijd – en deeltijd studenten mogelijkheden om hier een afstudeerproject uit te halen.De voorzitter van het bestuur, de heer H. Dekkers, gaat hierover graag met je in gesprek.
Zijn adres is:

H. Dekkers
Evertsenstraat 32
7642CG Wierden
0546-574607

Als je interesse hebt kun je zowel over een stage-mogelijkheid (DTO) als een afstudeerproject (VT) en DTO) met hem interacteren.

Welke onderdelen vind je geschikt voor HBO-MW?
De stage is op verschillende onderdelen zeer geschikt, wat mij bijzonder heeft aangesproken is het cliëntcontact wat via e-mail, telefonisch, maar vooral tijdens de huiskamerbijeenkomsten ontstaat. Als je kijkt naar de 5 kerntaken van het maatschappelijk werk dan je die allemaal in deze stage terug vinden. Vooral de kerntaken 3 en 4 die gaan over onderzoek, rapportage, signalering, belangenbehartiging en preventie kunnen verder worden uitgediept.

Met welke andere instellingen/verenigingen binnen het welzijnswerk is er veel contact
of enig contact?
Ik wil bij deze vraag onderscheid maken tussen het bestuur en de redactie van ons contactblad ‘Digitalis’. Waarom ik ook het werk van de redactie noem heeft de volgende reden, inherent aan de stoornis hebben veel van onze leden weinig of geen contact. Het blad Digitalis dient dus binnen onze vereniging als een vorm van hulpverlening (welzijnswerk) gezien te worden. De contacten die zij onderhouden met andere redacties zijn dus van wezenlijk belang.

Bestuur:
Het bestuur heeft regelmatig contact met verschillende verenigingen en stichtingen. De CVADF probeert naast de jaarlijkse ledenvergadering in samenwerking met andere verenigingen twee keer in het jaar een lezing of presentatie te houden. Ik zal een kleine greep doen uit de contacten die er zijn.
Eleos; Stichting Gereformeerde Geestelijke Gezondheidszorg
De Wegwijzer;???
Een Handreiking; Reformatorische Vereniging voor familieleden psychisch zieken
Plaatselijke NPV- verenigingen
Stichting Petra; Psychosociale Pastorale Hulpverlening

Daarnaast wordt er op de aanstaande ledenvergadering gesproken over samenwerking met de ADF. De ADF is de algemene landelijke stichting voor angst, dwang en fobieën. Door vragen op het gebied van geloof versus adf klachten was het voor sommige leden niet haalbaar om in de algemene stichting te functioneren. Vandaar dat de CVADF is ontstaan. Nu 6 jaar naar dato wordt er gekeken hoe we eventueel weer van elkaars diensten gebruik kunnen maken. (op redactioneel niveau wordt hier al gebruik van gemaakt)

Redactie:
Er zijn heel goede contacten met de redactie van De Wegwijzer en ook met de
hoofdredacteur van Silhouet, het blad van de ADF.
Als redacties houden we elkaar op de hoogte, spelen elkaar informatie door, werken
aan elkaars naamsbekendheid enz. We kunnen zeggen dat er veelvuldig contact is.
(minstens 4x per jaar).
We tippen elkaar, geven nieuwtjes door en becommentariëren elkaars werk.
Dit alles in een zeer vriendschappelijke atmosfeer.

Organigram

Met welke andere instellingen binnen het welzijnswerk is er een duidelijke vorm van samenwerking?
Zoals te zien is in de organisatiestructuur is er met de NPV is er een duidelijke vorm van samenwerking. De NPV wil een beidrage leveren aan een vorm van zelfstandig functionerend contact tussen lotgenoten waar de aard of de behandeling van de aandoening vraagt om identiteitsgebonden lotgenotencontact. Lotgenotencontact vanuit de NPV is niet plaatsvervangend, maar aanvullend op het bestaande aanbod. Daarom moet de duidelijke meerwaarde tot uiting komen die betrekking heeft op het christelijk geloof in de doelstelling van de groep. De NPV fungeert als platform tot het ontstaan van een zelfstandige vorm van identiteitsgebonden lotgenotencontact. De NPV is faciliterend en ondersteunend op de achtergrond aanwezig tot de groep zelfstandig functioneren kan. De CVADF is een van de lotgenotengroepen die door de NPV wordt ondersteund.
Er zijn duidelijke afspraken over wat de NPV van een lotgenotengroep verwacht en wat een lotgenotengroep van de NPV kan verwachten.

Geef een kritische beschouwing m.b.t. het functioneren van de vereniging, zowel waar het gaat om het proces binnen de vereniging als waar het gaat om de plaats binnen de samenleving.
De CVADF is een jonge vereniging die nog al wat te maken heeft gehad met opstart problemen. Men is enthousiast en van goede wil, maar doordat het draait op vrijwilligers was en is er niet altijd voldoende tijd en kennis om het goed van de grond te krijgen. De laatste twee jaar is veel gedaan om de vereniging meer bekendheid te geven doormiddel van de media en presentaties. Daardoor is ook het ledenaantal flink toegenomen. De doelstellingen zijn helder, maar deze worden door bestuur en redactie naar mijn beleving verschillend geïnterpreteerd. De een vind dit belangrijk, de ander dat, dit veroorzaakt wel eens wrijving wat het belang van de vereniging niet ten goede komt.
De leden ontvangen qua activiteitenaanbod wat ze van de vereniging mogen verwachten, dat verloopt prima.
De problematiek van de leden, waar je dus als vereniging mee te maken krijgt, moet niet onderschat worden. Voor het functioneren van de vereniging zou het goed zijn dat er goed informatiemateriaal voorhanden is voor de leden, maar dat er ook kennis is en genomen wordt door bestuur en redactie van de nieuwste therapieën, behandelmethoden enz. Hier zie en ervaar ik nog wel verschillende hiaten.
De CVADF is een landelijke vereniging en neemt in onze samenleving geen grote maar naar mijn idee wel een belangrijke plaats in. Er is duidelijk behoefte aan een christelijke vereniging. Ik denk dat het goed is dat de vereniging, nu de huidige leden krijgen waar ze recht op hebben, de blik naar buiten gaat werpen. Zoals ik al eerder heb genoemd is er een groot braakliggend terrein als het gaat om bekendheid van de vereniging en de problematiek, onderzoek, preventie en belangenbehartiging. Of zo als het vermeld staat in de laatste twee doelstellingen:
Het verstrekken van informatie en advies en de mogelijkheden van behandeling
Het bevorderen van kennis en erkenning van ADF in kerk en samenleving

vlinder_bij_stageverslag

Verslaafd aan jezelf!

logo cvadf_stock

Verslaafd aan jezelf

Een kwartier lang in de regen staan voor je eigen voordeur, omdat je “ na ˜tig™ keer controleren “ nog steeds niet weg durft te gaan. Jezelf terugvinden in de keuken voor het koffiezetapparaat en met de beste wil van de wereld niet meer weten hoe het allemaal werkt.
Verlamd raken van angst door ogenschijnlijk onschuldige zaken.

DOOR HENRICA DE VRIES

Uit het leven gegrepen voor duizenden mensen in Nederland. Exacte schattingen zijn moeilijk te geven, maar het afgelopen half jaar leden zeker 150.000 mensen aan een dwangstoornis. En vijf tot tien procent van de Nederlandse bevolking heeft wel eens een angst- of paniekaanval, waarvan zeker drie procent langdurig leidt aan angsten of fobieën.

Anonieme cijfers die een gezicht krijgen als we luisteren naar Erik Visser en Vrouwkje Messink van de jubilerende Christelijke Vereniging voor Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën (CVADF). Vrouwkje: “Ik wist niet langer waarom ik deed wat ik deed. En tegelijkertijd besefte ik dat er iets niet klopte.” Erik: “Je bent een slaaf van jezelf.”

Strijd

Zowel voor Erik als voor Vrouwkje was niet meteen duidelijk wat eraan schortte. Vrouwkje vertelt: “Een angst- of dwangstoornis is heel makkelijk verborgen te houden voor je omgeving. Dat heb ik in mijn eigen huwelijk gezien. Mijn man was overdag aan het werk. Dus die had het in het begin niet zo in de gaten. En de kinderen, die mij dagelijks meemaakten, die zijn ermee opgegroeid. Die wisten niet beter dan dat mamma zo deed.
Later zei mijn man dat het voor hem voelde alsof er een derde in ons huwelijk was. Altijd was daar die controle. Het gekke is dat je heel goed weet wat je doet, maar je kunt het controleren niet stoppen. Je moet controleren, anders word je hartstikke bang. Ik heb gedacht dat ik in Zon & Schild terecht zou komen. Ik schaamde me zó erg! Dat is juist het belastende, je weet heel goed dat je raar bezig bent, maar kunt dat zelf niet stoppen.”

Ook Erik besefte in het begin niet wat er met hem aan de hand was. “Pas na negen jaar belandde ik bij een psycholoog. Ik liep helemaal vast, omdat ik steeds meer moest van mezelf. Op een gegeven moment stond ik bijvoorbeeld twee uur onder de douche, dat was niet meer te doen. Op mijn werk functioneerde ik op zich wel. Ik werkte in een rubberfabriek en ze zeiden zelfs dat ze nog nooit zo’n goed afgewerkt product hadden gehad! Ik was daar zeer perfectionistisch in, maar dus ook veel te langzaam. Dat was niet te handhaven. Maar bij mij was het ‘doorgaan, doorgaan’… tot het echt niet meer ging. Toen ik eenmaal was afgekeurd, volgden er ook opnames. Ik kwam echt helemaal klem te zitten Als je zo vast loopt, moét je op een gegeven moment wel.”

CVADF

Erik Visser is vanaf het begin bij de CVADF betrokken (zie kader voor meer informatie over deze vereniging). “Mijn oog viel onverwachts op een oproepje in het programmablad Visie. Daarin stond een heel klein berichtje over een christelijke lotgenotengroep-in-oprichting rondom angst – en dwangstoornissen. Ik heb het meteen uitgeknipt, maar eerst een half jaar in de kast laten liggen omdat ik er niets mee durfde doen…” Toch trok Erik uiteindelijk de stoute schoenen aan en bezocht een van de eerste bijeenkomsten van de vereniging in Voorthuizen.
Huiskamergroepen bezoekt hij niet zo vaak, maar als vormgever is Erik betrokken bij de uitgave van het contactblad Digitalis – een belangrijk medium voor mensen die vaak niet makkelijk een bijeenkomst bezoeken voor lotgenotencontact.

Ook Vrouwkje Messink ‘ontdekte’ de CVADF dankzij een oproepje in Visie. “Ik was al lid van de algemene vereniging voor angsten en fobieën, waarvan ik lotgenotengroepen bezocht, maar miste daar de aandacht voor geloofsaspecten. Men was vaak negatief over het christelijk geloof, alsof dat angsten zou veroorzaken. Dat kán wel eens het geval zijn – als je bijvoorbeeld met angst voor God wordt opgevoed – maar het geloof spreekt juist ook van genade en een plaats waar je naartoe kunt met je angsten en problemen.” Hierin bood de CVADF – waarbinnen Vrouwkje inmiddels al weer een paar jaar de functie van secretaris bekleedt – een meerwaarde.

(H)erkenning

Herkenning en erkenning zijn de sleutelwoorden als het gaat om lotgenotencontact vanuit christelijk perspectief. Vrouwkje: “Het belangrijkste vond ik om te horen en te zien dat ik niet de enige was met mijn aandoening. Het helpt je ook om je te realiseren dat je niet gek bent.”
Direct vult Erik aan: “Ja, dat was voor mij ook heel belangrijk: de wetenschap dat het bij dwangstoornissen om een hersenziekte gaat, en niet om ‘iets psychisch’. Of aanstellerij, zoals sommigen denken. Ik ontmoette veel onbegrip in mijn omgeving.”

“Mensen zeggen soms ronduit ‘stel je niet aan’ of ‘doe niet zo gek’. Het is een verademing om te praten met mensen die je niet alleen aanhoren – hoe goed ze hun best soms ook doen om echt naar je te luisteren – maar ook voelen wat jij voelt! Ik kan echt iedereen aanraden om contact te zoeken met lotgenoten, en niet langer alleen met je verhaal te blijven rondlopen.”

CVADF viert eerste lustrum
De Christelijke Vereniging voor Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën (CVADF) bestaat deze zomer vijf jaar. Op dit moment draaien er verschillende huiskamergroepen. Vier maal per jaar verschijnt het ledencontactblad Digitalis en er is een eigen website (met forum) in ontwikkeling: www.cvadf.tk. De vereniging mag zich in een groeiende belangstelling verheugen.
Voor meer informatie over de CVADF of haar activiteiten kunt u terecht bij Vrouwkje Messink, per mail: info@cvadf.nl of telefonisch: (033) 475 50 79.

De CVADF is een van de lotgenotengroepen die de NPV faciliteert. Informatie over andere lotgenotengroepen is te vinden op de NPV-website: www.npvzorg.nl of op te vragen bij het Landelijk Bureau.

Psychische problemen veranderen relaties”

Psychische problemen veranderen relaties”

Binnenlandredactie

GOUDA – Psychische of psychiatrische problemen kunnen de seksuele verhouding tussen man en vrouw ernstig verstoren. “Er raakt heel wat uit balans als een van de twee een ziektebeeld ontwikkelt”, zegt psychotherapeut T. Vogelaar. Hij adviseert echtgenoten in dat geval “open en eerlijk met elkaar te spreken.”
.
Vogelaar, psychotherapeut bij Eleos, sprak zaterdag in Gouda over het thema “Veranderende relaties” tijdens de jaarvergadering van Een Handreiking, de reformatorische vereniging voor familieleden van psychisch zieken.
.
“Als er zich binnen een huwelijk psychische problemen voordoen, wordt de relatie al snel ongelijk. De één voelt zich ziek. De ander zal daar rekening mee moeten houden; er ontstaan problemen als hij of zij weigert dat te doen”, aldus Vogelaar.
.
Door ziekte of door antidepressiva raakt de betrokkene op seksueel gebied gemakkelijk geblokkeerd. Anderzijds kunnen remmen wegvallen, wat kan leiden tot seksuele dwang. “Dat mag in een huwelijk niet voorkomen”, vindt de psychotherapeut, die in dat geval probeert te komen tot duidelijke afspraken. “Mogelijk dat vaste dagen en tijden voldoende structuur bieden.”
.
Ook andere afspraken kunnen belangrijk zijn, zeker wanneer een van de partners een angst- en paniekstoornis met een bepaalde fobie heeft. “Een heel moeilijke opgave, maar toch noodzakelijk.”
.
Psychische of psychiatrische problemen hebben ook veel andere gevolgen voor relaties. Ziekte van de moeder ontwricht een gezin het meest, is de ervaring van Vogelaar. Kinderen moeten hun moeder vervangen en het gevaar voor sociaal isolement ligt op de loer. Bij ziekte van de vader kan het inkomen in gevaar komen. “Daar ligt een grote taak voor de diaconie”, aldus de therapeut, die zaterdag uitgebreid stilstond bij de risico’s voor kinderen van ouderen met psychische problemen.
.
In theorie lopen deze kinderen een groter risico zelf psychische stoornissen op te lopen. De aanwezigheid van een zieke broer of zus heeft vaak veel impact op de andere kinderen binnen het gezin. Het kan bij hen leiden tot een mengeling van loyaliteits- en schuldgevoelens.

De invloed van psychische problemen is in alle gevallen groot. Volgens Vogelaar bestaat het gevaar dat er “een hulpverleningscirkel ontstaat. De gezonde partner mist een praatpaal. Daarom is een vereniging waarbinnen gesprekken worden aangegaan ook zo belangrijk. Daarnaast kan humor verlichting bieden en is het belangrijk dat alle partijen de beperkingen accepteren. Vaak komt het ook neer op het doormaken van een rouwproces. Dit kan een grote worsteling met God inhouden, waarom Hij het leven zo leidt.”
.
De psychotherapeut wees de aanwezigen op de tekst: “Werp al uw bekommernissen op Hem, want hij zorgt voor u.” “En lukt dat werpen niet meer, dan is er nog de mogelijkheid van Psalm 37:5: Wentel uw weg op den Heere, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken.”

Interview in Reformatorisch Dagblad

“Het is niet gek als je last hebt van een angststoornis, maar wel lastig”

Klem op een vluchtheuvel

Michiel Bakker

Ze hebben te maken met straatvrees, smetangst, controledwang, kerkfobie en tal van andere klachten. Buitenstaanders begrijpen hen veelal niet, waardoor ze zich vaak alleen voelen staan. Sinds vijfjaar biedt een christelijke vereniging mensen die lijden aan angst- en dwangstoornissen of fobieën de mogelijkheid lotgenoten te ontmoeten, ervaringen uit te wisselen en geloofsvragen met elkaar te delen. “In de kerk kreeg ik voor het eerst een paniekaanval. Dan weet je echt niet wat er gebeurt.”
Terwijl zijn hond zich op de mat in de gang nestelt, schenkt Eric Visser (40) thee. In zijn royaal met planten aangeklede woonkamer vertelt de Apeldoorner dat hij op zijn dertiende last kreeg van smetvrees en controledwang.
“Het sloop er langzaam in. Ik begon alles te controleren. Of de deur goed dicht zat, of ik de kraan had uit gedaan, of ik het licht niet had laten branden. Ik kon er niet van loskomen. Als gevolg van smetvrees stond ik twee uur lang onder de douche.” Zijn middelbareschooltijd bestempelt Visser als een verschrikking. “Mijn klachten probeerde ik zo goed mogelijk voor iedereen te verbergen. Ik was perfectionistisch en bleef maar doorleren. Intussen kon ik de stof slecht in me opnemen. Op de mavo werd ik gigantisch gepest. Het was een afschuwelijke periode.” Na zes jaar behaalde Eric zijn mavo-diploma, waarna hij de tweejarige Intas-opleiding voor ziekenverzorgende ging volgen. De theorie ging hem goed af, maar tijdens het praktijkgedeelte in een verzorgingshuis stuitte hij op problemen.
Angst speelde hem parten. “Ik was bang dat ik medicijnen aan de verkeerde persoon zou geven of dat ik iemand een verkeerde dosis zou toedienen. Ik was heel krampachtig.” Inmiddels weet Visser dat hij lijdt aan een hersenziekte die erfelijk is bepaald. Ook zijn moeder had last van smetvrees en straatangst. Zijn drie zussen kampen niet met angst- en dwangklachten. Een van hen ziet inmiddels wel een aantal van deze verschijnselen bij een van haar kinderen optreden. Propje papier Na het overlijden van zijn moeder in 1985 brak voor Visser een zware tijd aan. “Vanaf dat moment namen mijn klachten explosief toe. Mijn moeder is helemaal in het wit begraven, net als koningin Wilhelmina. Ik legde de link met alles wat wit was. Elk wit propje papier, wit steentje of stukje kauwgom gaf me angst. Ik kan nog steeds geen post wegdoen in een witte envelop. Dan denk ik dat er iets tussen zit. Ik kan het niet verklaren.” In de loop der jaren veranderde het klachtenpatroon, maar Visser kan zich geen dag zonder angst en dwang herinneren. “Vanaf het moment dat ik ’s morgens m’n ogen opendoe totdat ik ze ’s avonds dicht doe, is het aanwezig. Als ik buiten loop en een straat heb overgestoken, denk ik: Ging het wel goed? Dan ga ik terug. Soms sta ik op een vluchtheuvel en kan ik geen kant meer op. Dan duurt het een kwartier voor ik verder durf over te steken. En als ik aan de overkant ben, loop ik meteen weer terug.”
In 1988 ging Visser zelfstandig wonen. Dat kwam zijn gezondheid niet ten goede. “Ik moest alles zelf doen. Als ik ging schoonmaken, hield ik niet meer op.” Wijzend naar zijn wandmeubel: “Ik was een dag bezig om dat schoon te maken. Aan het eind van de dag had ik knallende hoofdpijn. De volgende dag had ik geen energie om iets anders op te pakken. Tot 1989 heb ik verschillende baantjes gehad. Ik pakte alles aan, van schoon tot zeer vies. Uiteindelijk ging het niet meer.” Naast diverse andere klachten speelt de laatste twee jaar vooral controledwang Visser parten. “Het afsluiten van de voordeur is het ergste. Ik ben al snel twintig minuten bezig om te controleren of die goed op slot zit, als ik tussendoor niet word afgeleid. Vanmorgen heb ik er honderd keer tegenaan gedrukt. Soms is veertig of vijftig keer voldoende. Daarna sta ik dan nog tien minuten naar het slot te kijken. Datzelfde geldt bij de controle van de ramen. Het is tijdrovend en energieverslindend. Hoe vermoeider ik ben, hoe ernstiger de klachten zijn .”
Paniekaanval van Gils (35) uit Ouderkerk aan den IJssel herkent het verhaal van Visser voor een deel. Vanaf haar jeugd had ze te maken met onverklaarbare angst. “Als ik in de stad liep, was ik heel bang. Zonder dat ik precies wist waarvoor. Ik had een sterke angst voor buitenlanders. Waarom? Dat wist ik niet. Een tante van mij had een tuindersbedrijf waar een aantal Marokkanen werkte. Als ik daar was en ze vroeg of ik hen wilde roepen voor de koffie, vond ik dat vreselijk eng.” Rond haar zeventiende kreeg Van Gils meer klachten. “Ik dacht dat ik hyperventileerde. Het ging alleen nooit weg, was de hele dag aanwezig. In de kerk kreeg ik voor het eerst een paniekaanval. Dan weet je echt niet wat er gebeurt. Het zweet liep me over de rug. Later kreeg ik hetzelfde toen ik voor een stoplicht moest wachten. Daarna vond ik het verschrikkelijk voor een verkeerslicht te staan. Ik was bang dat het weer zou gebeuren.
” Via de huisarts kwam ze bij de riagg terecht. Gesprekken met een psycholoog leidden niet tot vermindering van de klachten. “Ik heb er lang over geprakkiseerd waar ze vandaan komen, maar ik weet het niet. Echt niet. Ik heb geen traumatische jeugd gehad. Het zit toch een beetje in de genen, denk ik.” Na haar negentiende raakten Van Gils’ problemen lange tijd grotendeels op de achtergrond. Ze trouwde, kreeg drie kinderen, leidde een normaal leven.
Dat veranderde toen in 1997 haar moeder overleed. “De klachten kwamen in alle hevigheid terug. Het was duidelijk geen hyperventilatie, maar echt angst. Grote angst. Ik was bang voor heel gewone dingen. Het lukte me bijvoorbeeld niet om boodschappen te doen. Buiten de deur voelde ik me niet prettig. Ik heb wel gedacht: Had ik maar iets speciaals waar ik bang voor was. Spinnen of zo. Maar het kon van alles zijn.”
Medicijnen
Uiteindelijk dwong Van Gils zichzelf het huis uit te gaan. “Ik dacht: Anders kom je op den duur nergens meer. Ik ging overal heen, maar kon nergens van genieten.” Meer dan eens kreeg de Ouderkerkse, lid van de hervormde gemeente in haar woonplaats, in de kerk een paniekaanval. “Sommigen gaan er dan uit, maar dat wilde ik niet. Als je een keer bent weggelopen uit de dienst, is het de volgende keer moeilijker om te blijven zitten of om nog naar de kerk te gaan. Ik kan overigens wel begrijpen dat mensen de kerk uit gaan. Het is onwijs moeilijk om te blijven zitten. Ik hoorde dan ook niets meer van de preek, liet alles over me heen komen. Intussen telde ik de mensen met een bril, puur als afleiding. Als ik daarmee klaar was, zocht ik iets anders. Je wordt er enorm moe van.
“Van haar huisarts kreeg ze medicijnen om de klachten onder controle te krijgen. “Eerst wilde ik dat niet, maar het moest wel. Anders zou ik op den duur waarschijnlijk de hele dag op een stoel hebben gezeten met een stijve nek van de angst. Ik kreeg paroxetine, een antidepressivum. Dit middel werkt ook tegen angst- en dwangklachten. Daardoor ben ik van de angst af gekomen. Ik kan niet meer zonder dit medicijn. Een paar keer heb ik geprobeerd ermee te stoppen, maar dan kwam de angst na een poosje terug.
“Hoewel ze op geen enkele wijze terugverlangt naar haar angst, merkt Van Gils dat medicatie ook een nadeel heeft. “Toen ik geen medicijnen gebruikte, had ik sterk het gevoel dat ik God nodig had. De pillen zwakken dat gevoel af. Dat werkt door in mijn geloofsleven. Bij het zingen van bepaalde psalmen biggelden vroeger de tranen over mijn wangen. Dat heb ik nu niet meer. Dat wil niet zeggen dat mijn geloof minder echt is. Het gaat niet om de tranen. God ziet het hart aan. Maar dat sterke gevoel van afhankelijkheid mis ik wel eens.
“Het was een aantal jaren geleden voor Van Gils een belangrijke ontdekking dat de Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën (CVADF) bleek te bestaan. “Dat gaf me het idee: Het is dus niet iets geks wat ik heb. Er is zelfs een vereniging die onze belangen behartigt.
Het komt veel voor dat mensen niet willen accepteren dat ze klachten hebben. Ze schamen zich ervoor. Het is belangrijk dat die gedachten worden doorbroken. Het ís niet gek als je last hebt van een angststoornis, maar het is wel lastig.” Een ontmoetingsdag van de CVADF heeft Van Gils nooit bezocht. “Daarvoor moet je naar Veenendaal. Dat zie ik niet zitten. Als ik daar een paniekaanval zou krijgen, ben ik anderhalf uur van huis. Dat is te lang. Ik heb nog steeds moeite met ver weg gaan.” Wel bezoekt ze twee keer per jaar in haar eigen regio huiskamerbijeenkomsten voor mensen met angst. “De herkenning die je daar vindt, is heel belangrijk.” Hoewel ze met gebruik van medicijnen haar probleem grotendeels onder controle heeft, vindt ze betrokkenheid bij de CVADF nog steeds van belang. “Ik hoop nu iets voor anderen te kunnen betekenen. Sinds kort schrijf ik voor ons kwartaalblad Digitalis en werk ik mee aan de opbouw van de website. Het voordeel van een site en e-mail is dat mensen op een moment dat het hun uitkomt contact kunnen zoeken en hun verhaal kunnen mailen naar mensen die hen begrijpen.
Dwangklinieken
Dat het vaak lang duurt voordat mensen hulp zoeken, bevestigt Eric Visser uit eigen ervaring. De Apeldoorner tobde jarenlang in eenzaamheid met zijn angst- en dwangprobleem. “Ik heb zo lang mogelijk geprobeerd het zelf te rooien.” Er kwam een moment dat het niet meer ging. In 1989 kwam hij via zijn huisarts bij een psychiater terecht. Het was het begin van een jarenlang traject in de hulpverlening. Zo volgde hij twee jaar dagbehandeling in een psychiatrisch ziekenhuis en verbleef hij enkele maanden in twee gespecialiseerde dwangklinieken. “De eerste opname hielp iets. Ik ben toen van het urenlange douchen af gekomen.
Bij de tweede opname dacht ik dat het uiteindelijk 30 tot 40 procent beter ging. Er was echter geen goede nazorgbehandeling. Na drie maanden was ik terug bij af.” Twee jaar geleden kwam Visser bij het UMC in Utrecht terecht. De artsen hadden niet het idee iets te kunnen toevoegen aan alle behandelingen die hij al had ondergaan.
Inmiddels diende zich een nieuwe mogelijkheid aan, die nu wordt onderzocht: Deep Brain Stimulation (DBS). “Dat is een voor Nederland nieuwe behandeling voor mensen met een ernstige dwangstoornis bij wie medicatie niet helpt. Er worden twee gaatjes in de hersenpan geboord waarin elektroden worden geplaatst. Verder krijg je twee kastjes onder beide sleutelbenen. Daardoor moeten er stroompjes naar je hersenen gaan. Die zorgen voor een goede prikkeloverdracht.” Visser geeft een voorbeeld. “Als ik het huis uit ga, hoor en zie ik dat de deur dicht is, maar het kwartje valt niet. Daarom blijf ik het eindeloos controleren. Soms kunnen medicijnen voor de juiste prikkeloverdracht zorgen. Omdat dat bij mij niet helpt, biedt Deep Brain Stimulation misschien een oplossing.
Voor eind juli hoor ik of ik voor deze operatie in aanmerking kom en tot de eerste zestien Nederlanders behoor die deze kunnen ondergaan. In dat geval zal ik voor december volgend jaar worden geopereerd. De ervaring in het buitenland leert dat zo’n operatie positief uitwerkt. Als dat toch niet het geval is, kunnen ze de ingreep ongedaan maken.”
Moestuin
Op dit moment stempelt zijn ziekte Vissers leven. Twee dagen per week werkt hij met behoud van zijn uitkering op een zorgboerderij. “Als ik ’s morgens van huis ga, heb ik al anderhalf uur dwang achter de rug. Op de boerderij kan ik in m’n eigen tempo werken. Ik heb daar een moestuin. Verder doe ik allerlei klusjes: hout verwerken, gras maaien, schilderen. Er valt altijd iets te doen. De dag erna ben ik afgedraaid.” Eenmaal per week heeft Visser een gesprek met iemand van het RIBW, dat woonbegeleiding biedt aan mensen met een beperking. “Dan kan ik ventileren wat ik heb meegemaakt. Anderen wil ik daar niet mee lastigvallen. Voor een buitenstaander is het moeilijk te begrijpen wat ik voel. De begeleider van het RIBW helpt me
verder mijn post in een envelop te doen en naar de brievenbus de brengen. Als ik naar de brillenzaak of een of andere instantie moet, gaat er iemand met me mee. Een eetgroep, een inloopochtend en een maatjesproject bieden Visser sociale contacten. Verder neemt hij deel aan activiteiten in de baptistengemeente waarvan hij lid is. Hij is blij dat hij geloofsvragen ook kan bespreken met lotgenoten in de Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën. Bij de algemene vereniging waar ik eerder kwam, kun je daar niet over praten, of je moet net iemand treffen die ook christen is. Ik heb veel waaromvragen. Soms ben ik moedeloos, maar toch wil ik aan het geloof vasthouden.
KADER Lotgenotencontact De Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën (CVADF) bestaat vijftienjaar. In juni 2000 ging de vereniging, ondersteund door de Nederlandse Patiënten Vereniging in Veenendaal, van start. De organisatie heeft een brede kerkelijke achtergrond. Zij belegt onder meer ontmoetingsdagen en regionale huiskamerbijeenkomsten voor lotgenoten. Vier keer per jaar geeft ze het blad Digitalis uit, waarvan deze week een lustrumuitgave verscheen.
Meer informatie: www.cvadf.nl; e-mail: info@cvadf.nl (secretariaat CVADF); of via de NPV: tel. 0318-547888.
Bron: RefDag.

Internet tegen de angst

Je hoeft de deur niet uit, maar er komt wel warmte binnen – Internet tegen de angst –
Een angst- of dwangstoornis kan voor gelovige mensen een extra pijnlijke dimensie hebben. Neem een vrouw met vloekdwang. Haar schuldgevoel is bijna niet te dragen. De Christelijke Vereniging Angst- en Dwangstoornissen en Fobieën (CVADF), die morgen precies vijfjaar bestaat, wil er juist voor hen zijn. Maar hoe bouw je een stabiele vereniging met mensen die soms nauwelijks de deur uit durven?
Door Rien van den Berg
Je ziet het niet als iemand een angst- of dwangstoornis heeft. Iedereen controleert het gas toch wel eens extra als hij het huis uit gaat? Dat Vrouwkje Messink haar slaapkamerdeur bij het dichtdoen op een bepaalde manier moest loslaten, ‘zodat het goed voelt’, zag buiten haar gezin om niemand. Haar man en haar vijf zoons zagen haar teruglopen naar de deur om het over te doen, totdat haar gevoel klopte. Of ze zagen haar zenuwachtig en onzeker worden als ze het niet deed. ,,Het kwartje viel niet dat het goed was.’’
De angst- of dwangstoornis zorgt er ook zelf voor dat niet veel mensen van buiten in de gaten hebben wat er aan de hand is. ,,Ik durfde mensen niet meer thuis te ontvangen, want ik liep vast in het huishouden. Mijn man is nogal spontaan, dus die nodigde gewoon neefjes en nichtjes uit te logeren. Dan liep ik op mijn tenen om alles klaar te krijgen.’’ Eenzaamheid is een gevolg van de stoornis, en tegelijk verergert vereenzaming de symptomen.
Messink liep vast. Je kunt niet alles controleren. ,,Controleren doe je niet alleen met je handen, maar ook in je hoofd. En op een gegeven moment loopt het daar spaak.’’ Ze weet nog goed wanneer dat was. Haar jongens waren de avondvierdaagse aan het lopen. Ze kreeg het in haar hoofd niet meer op een rijtje en zocht hulp.
Dat is inmiddels een paar jaar geleden. Inmiddels gaat het beter. Ze zit in het bestuur van de CVADF. De vereniging is nooit erg actief naar buiten getreden, maar nog niet zo lang geleden lag ze zieltogend weg te kwijnen. Messink zette ze de schouders eronder en blies de CVADF nieuw leven in. ,,Al zouden alleen de lotgenotendagen maar doorgezet worden!’’ Er kwam een voorzitter, Henk Dekker. Wout Bunt zette het verenigingsblad Digitalis weer op poten. Marc de Groot begon aan het bouwen van een website.
Alle vier hebben ze hun verhaal. Bunt moest toezien hoe zijn vrouw geveld werd door een hersenstambeschadiging. Hij zag van dichtbij hoe haar angst om naar buiten te gaan een leven op slot kan gooien. ,,Inmiddels fietsen we weer los naast elkaar!’’ Dekker was als vrijwilliger betrokken bij een vrouw met een dwangstoornis. De Groot werkte bij een internationaal opererende kartonnagefirma, kreeg een burn-out, en daarbij een obsessieve compulsieve stoornis (nieuwe term voor de oude dwangneurose). Had met zijn perfectionisme te maken, zegt hij nu. ,,Ik had dwanggedachten. Niet heel erg, maar ik ken wel een stukje van het probleem.’’
Legio
In Nederland zijn naar schatting 1,3 miljoen mensen met klachten in de categorieën angst of dwang. De Groot: ,,Dat cijfer moet je wel nuanceren, want niet iedereen die een keer extra het gas controleert is ziek.’’ Maar het probleem zal zeker groeien, in de komende jaren, verwacht De Groot. Zijn collega-bestuursleden dragen daarvoor argumenten aan. Bunt: ,,Er is een groot gebrek aan intimiteit in de samenleving. Op jonge leeftijd worden mensen al geschokt in hun vertrouwensbasis. De hunkering naar veiligheid, vertrouwen en trouw wordt voordurend ondermijnd door de overdaad aan seks op televisie, door het grote aantal scheidingen en door de groepsdwang onder leeftijdgenoten, waar het haast een must is om voor je achttiende wisselende sexuele contacten te hebben.’’
Dat zou dan in christelijke milieus toch minder moeten spelen, zou je zeggen. Daar zijn gezinnen gemiddeld genomen beduidend stabieler en wordt het trouw als een deugd gezien. Maar daar willen de bestuursleden niet aan. Bunt: ,,Dat zóu zo moeten zijn. Maar zeker in positief
christelijke milieus speelt iets heel anders. Daarin groeit men op met een eendimensionaal mensbeeld. Vader vertegenwoordigt de buitenwereld, moeder de binnenwereld. En dan kom je in de puberteit in een wereld terecht waarin dat volstrekt door elkaar loopt. En dat is een wereld waar de traditionele kerken geen antwoord op hebben.’’
Bunt haalt de geschiedenis aan van Jezus die naar het tienstedengebied vaart en daar een bezetene ontmoet, die zichzelf voorstelt als ‘legio’. ,,Er wordt van kinderen op heel jonge leeftijd gevraagd om ‘legio’ te zijn. Juist mensen uit traditionele christelijke gezinnen, waar alles thuis nog helder gescheiden was, hebben daar veel last van.’’
De Groot vult aan: ,,Dit soort ziektes gaan een kerkelijke gemeenschap niet voorbij. En wij zijn ook wel geneigd om dingen te ontkennen. Ik ben er niet van overtuigd dat het bij ons meer voorkomt, maar ik geloof wel dat er onder christenen ook meer wordt weggemoffeld.’’ Vrouwkje Messink legt uit hoe dat kan werken. ,,Ik ken een christelijke vrouw met vloekdwang. Ze vindt dat vreselijk. Ze voelt zich schuldig, zondig. Ze moest ervan overtuigd worden dat haar gedrag geen zonde is, maar ziekte. Ze moet dus niet om vergeving bidden, maar om genezing.’’ Ze heeft wisselende ervaringen met haar predikanten. Gelukkig reageerde de dominee die ze had toen ze vastliep, bijzonder goed. ,,Ik had een boek over de stoornis, en dat heeft hij gelijk gelezen. Hij wist van een andere vrouw in de gemeente, met smetvrees, en die heeft hij met mij in contact gebracht.’’ Inmiddels spreekt Messink vrijuit. Een stukje in het kerkblad resulteerde in nog twee mensen die zich bij haar meldden, en een stuk of tien andere reacties.
Meer dan een lotgenotenclub
De CVADF wil meer zijn dan alleen een lotgenotencontactclub. Het grote probleem van de vereniging is, dat de leden instabiel zijn en de neiging hebben zichzelf af te zonderen. Bunt: ,,Het is heel moeilijk om mensen actief te houden en ze toch niet overmatig te belasten. Het is nu eenmaal een ziektebeeld met periodes van terugval. Soms zijn mensen maandenlang bijna tot niets in staat.’’vereniging wil graag een opstapje zijn voor mensen. Mensen met een angst- of dwangstoornis kunnen via de CVADF contact maken met mensen die wél begrijpen wat ze doormaken. Maar al vanaf het begin ervaart de vereniging dat zelfs dát al te veel gevraagd kan zijn. Al in de uitnodiging voor de allereerste ‘lotgenotendag’ getuigen de organisatoren van dat besef. Mensen met een angst- of dwangstoornis kunnen vaak niet autorijden, zijn mensenschuw, hebben smetvrees of allerlei andere problemen die het onmogelijk maken de contactdagen te bezoeken. Onder de uitnodiging staat een adressenlijst, met de oproep: ‘Wacht niet af, maar reageer!’ De praktijk bleek weerbarstig.op dat punt echter biedt internet een kans. Marc de Groot bouwde een website, waarop allerlei artikelen uit de media terug te vinden zijn, waarop links staan naar bijvoorbeeld het Universitair Medisch Centrum in Utrecht en naar de ADF, de niet-christelijke vereniging voor mensen met een angst- of dwangstoornis, en waarop ook een forum komt. Internet is de laagste drempel. Mensen die de deur niet uit hoeven, kunnen zo toch contact met elkaar maken, of in elk geval op de site de gesprekken op het forum volgen. Dat alleen al doorbreekt het isolement en de eenzaamheid. Bunt: ,,Je hoeft de deur niet uit, maar er komt wel warmte binnen.’’ Juist om de instabiliteit van de leden, zoekt het bestuur naar versterking uit de kring om hen heen. De man van Vrouwkje Messink vervult bijvoorbeeld ook bestuurstaken. Mensen als hij weten van de hoed en de rand, zijn inhoudelijk zeer betrokken en zijn bovendien zelf wel in staat om een betrouwbare factor in de organisatie te zijn.
Het bestuur wil groeien. Naar buiten treden. Voorlichting geven op scholen, lezingen houden voor kerkenraden of classes. De Groot: ,,Uitleggen wat er aan de hand is. En dat 1 op de 12 mensen mee te maken heeft.’’ Kan de zojuist gereanimeerde vereniging dat aan? ,,Nog niet. We zijn net weer op sterkte. We zijn de boel aan het optuigen. Maar de plannen liggen er.’’