Navigate / search

Ervaringsverhaal

Mijn beleving met een partner die controle dwang heeft.
Opnieuw maakt het schrijven van dit korte verslag emoties bij mij los.
Je denkt het is wel verwerkt. We zijn er met Gods hulp door heen gekomen.
Toen ik verkering met mijn vrouw kreeg viel het mij wel op dat zij perfectionist was. Mijn vrouw was medisch analiste, een beroep waarbij controle normaal is. Ik bewonderde haar daarom. Zelf was ik nogal slordig
De kwaal bouwt zich langzaam op en wordt door de patiënt op een haast professionele manier voor haar omgeving verborgen. Het is toch normaal dat de wasmachine wordt gecontroleerd. Het kost anders je wasgoed of zelfs de machine. Maar dan is 1 controle voldoende. 20 keer is echt niet nodig. En het afwasbakje mag ook wel scheef in het kastje staan. Mocht het er anders staan dan heeft niemand er last van en er gebeurt ook echt geen ramp.
Door mijn lange werkdag en kerkraadswerk signaleerde ik niet en was er van een normale correctie dus ook geen sprake. Wat mijn wel verbaasde was dat zij met bv. aankleden wel erg lang bezig was. Ik heb mij in die tijd verschrikkelijk eenzaam gevoeld. Was er iemand naast mij? Zo leek het wel. Later kom je er achter: het was niet iemand maar het was de “controle”. Er zijn te veel zaken om op te noemen. Maar het er echt in vastlopen kwam na het overlijden van mijn schoonmoeder, de geboorte van onze jongste zoon en de wiegendood van het zoontje van mijn jongste broer, allemaal binnen 1 maand. Er volgde een lange en moeizame weg bij verschillende hulpverleners. Maar wij zijn op de goede weg. Wij weten hoe belangrijk het is dat je wordt begrepen. Daarvoor is een lotgenotenvereniging een ideaal instrument. Ook de partner heeft een stuk herkenning of erkenning nodig.

Angsten

Hartkloppingen, zweethanden, droge mond, trillende benen, Paniek!

door Galiëne Gerritsen

Een op de vijf Nederlanders maakt in zijn leven een angststoornis door. Dat is een ijsbergpuntje, een nog veel grotere groep Nederlanders lijdt niet, maar heeft er wel last van. Angst staat aan de top van alle klachten, maar lijkt zo ‘gewoon’, dat er maar weinig aandacht voor is. Tijd voor een hoog agendapunt, dachten de organisatoren van Nacht van de Angst, afgelopen week in het centrum van Utrecht.

De dag dat Vrouwkje Messink vastliep, stond ze voor het aanrecht en keek verdwaasd naar het koffiezetapparaat. ,,Ik wist niet meer hoe ik moest koffiezetten, ik geloof dat ik maar wat anders genomen heb. Koffiezetten, deuren openen en dichtdoen, de was opvouwen en opruimen, van elke handeling had ik een ritueel gemaakt die zo perfect, zo gestructureerd moest worden afgewerkt – en als het niet goed ging, weer opnieuw -, dat het niet meer te handhaven was. Tja, hoe zette ik koffie? Gewoon. Eerst water, een nieuwe filter, koffie erbij en knopje aan. Maar door mijn dwangmatigheid wist ik niet meer hoe ik het moest doen, in welke volgorde precies, hoeveel water en hoeveel koffie.’’

Angst is een ondergeschoven probleem. Een op de vijftig volwassenen heeft een dwangstoornis, tweehonderdvijftigduizend mensen per jaar weten uit ervaring wat paniekstoornissen zijn en in totaal heeft zeventien procent van de Nederlanders kans op een angststoornis. Toch vinden de meeste mensen dat ‘de last van angst’ bij het leven hoort, net als hoofdpijn. Artsen verbinden vaak de symptomen niet met de grond van de klacht en vanuit de medische industrie gaat de aandacht liever uit naar medicijnen die de aandacht voor ziektes oproepen, dan naar ‘pillen voor vage klachten’. Bovendien, en dat is misschien nog wel het grootste probleem, bangeriken houden de klachten voor zichzelf. Peter Meulenbeek, gezondheidspsycholoog en onderzoeker bij GG-Net en het Trimbos Instituut, merkt dat als clienten aankloppen voor hulp. De meesten hebben een voorgeschiedenis van jaren. ,,Veel angstlijders hebben het idee dat ze de enige zijn met die klacht, dat ze niet zoveel aankunnen en raar zijn in vergelijking met anderen.’’

Zodra mensen met een angststoornis in het ziekenhuis komen, hebben ze geen last van verschijnselen, valt psychiater Damiaan Denys op, medisch hoofd van de onderzoeksafdeling angststoornissen in het UMC. ,,Als je angst mag toelaten, ben je opeens niet meer bang.’’ Met de twee meest voorkomende angsten die hij ziet, heeft iedereen ervaring. Op één staat specifieke fobie. Iemand is bang voor spinnen, muizen, vissen, of het onweer, ,,een angst in verschillende gradaties, en daardoor wijdverbreid. Relatief het makkelijkst te behandelen.’’ Sociale fobie zit daaronder, ,,de angst beoordeeld te worden ten overstaan van anderen’’. Voorgaan in gebed, een menigte toespreken, als jarige op een stoel staan en toegezongen worden. ,,Plankenkoorts, dat kent iedereen. Dat is normale angst. Als het groter wordt, dagelijks voorkomt, als de impact ervan je leven belemmert, dan spreken we over een stoornis.’’
Vreemd, een samenleving waarin mensen steeds meer weten en situaties ook steeds beter in bedwang kunnen houden of onder controle krijgen, zou minder angstig hoeven zijn dan die van – pak ‘m beet – een aantal eeuwen geleden, denkt Denys wel eens. ,,Kennelijk levert controle geen rust. Ik denk zelfs, dat we lijden aan het tegendeel: Hoe meer controle, hoe minder wij kunnen aanvaarden. We zijn zo gewend aan het perfecte, dat we onzeker worden van ons bestaan. Heel diep doorgeredeneerd vormen wij onze eigen angsten.’’

Het is moeilijk uit te leggen aan iemand die het niet voelt wat angsten doen met je, vindt Vrouwkje Messink. Elke keer de deur dichtdoen van de slaapkamers. De kruk loslaten, maar toch twijfelen: Ging dat wel goed genoeg? ,,Al bij die gedachte ging ik terug om het opnieuw te doen. Net zo lang tot het kwartje viel, tot het ‘goed’ voelde, de onrust weggleed en ik op de trap gewoon kon doorlopen. Als ik dat niet deed, bleef de onrust. Een naar, vaag gevoel, dat groeide en overging in angst. Pijn in mijn buik, hartkloppingen, paniek.’’
Eigenlijk was dat al sinds het begin van haar trouwen. Vrouwkje noemt zich ,,erg introvert, zeer gesloten’’. Toen er kinderen kwamen, groeiden die met haar dwanghandelingen op alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. ,,Later, toen ik ermee naar een psycholoog ging, vroegen ze: Waarom dan? Ik zei: ,,Je weet toch dat mamma altijd controleert of de deur dicht zit en steeds de boeken recht zet? Nou, daarom.’’ Dat begrepen ze niet. Dat doe je toch altijd al, vonden ze. Dat klopt. Ik wist dat het gek was wat ik deed, niet gewoon, maar toch kon ik het niet tegenhouden. De eerste keer toen tot me doordrong dat het wel afweek van het normale, was toen ik het afdruiprek iedere keer opnieuw opborg, omdat het moest staan zoals ik vond dat het moest staan. Ik merkte de onrust toen op een verjaardag een ander het rekje opruimde. Ik hield het uit tot alle visite wegwas, maar daarna moest ik het opnieuw opruimen, zoals dat hoorde volgens het ritueel.’’

De schaamte is het grootst, daarom zit je zo opgesloten in jezelf, vertelt ze. Die ochtend dat haar man opeens zei: ,,Wat ben je toch lang bezig met aankleden’’, kromp ze. ,,Ik voelde me betrapt. Maar het klopte wel: mijn bh moest rechtzitten, het T-shirt precies zoals het hoorde, daarna de kousen, alles volgens het patroon zoals dat in mijn hoofd zat. Inderdaad, zelfs voor mijn man hield ik dat verborgen. Ik denk omdat ik wel wist hoe verschrikkelijk gek ik deed. Ik was bang het gevoel bevestigd te horen te kort te schieten.’’
Die controledwang – handelingen tellen, lijstjes maken – heeft ze nog steeds. Dwanggedachten zijn moeilijker uit te bannen dan dwanghandelingen. ,,Loop ik naar boven om de was in de machine te doen, dan tel ik wat ik doe: de stappen, de schep waspoeder in het bakje, de knopjes die ik indruk. Voorheen telde ik de hele dag en maakte ritmes van zinnetjes. ,,Dit is oké’’, vier lettergrepen. Dat kun je in tweeën hakken, ‘rond’ maken met even getallen. Het tafelkleed uitkloppen: tien keer de lange kant, vijf keer de korte kant. Het zeil schoonvegen met een doekje, twintig keer. Met groeiende stress en drukte sla ik weer hierin door, maar het stramien beheerst mijn leven niet meer en ik weet nu dat de angst die daarbij opkomt een piek heeft en weer daalt.’’ Dat herhaalt ze, ,,iedere aanval heeft een piek, daarna zakt het weer, écht waar’’, want voor mensen met angst kan die wetenschap troostvol zijn.

Een lotgenotengroep helpt onzekerheid bespreekbaar te maken, zegt Josiene van Hamersveld, directeur van de stichting Angst Dwang en Fobie. ,,Angst is een moderne ‘aandoening’, iedereen moet beantwoorden aan een bepaald beeld van succes. Dat bevordert onzekerheid bij mensen met een stoornis.’’ Jaarlijks bellen zo’n vijfduizend mensen om advies, de stichting telt vijftien praatgroepen. Vrouwkje Messink deelt haar ervaringen met deelnemers van een christelijke praatgroep, de CVADF. Dat heeft meerwaarde, vindt ze ,,juist christenen met angststoornissen kunnen elkaar veel troost bieden, terwijl dat in reguliere praatgroepen niet gauw aan bod komt.’’ Gaandeweg de angstjaren was haar geloofsbeleving vervlakt, ,,ik zakte weg bij God, werd sceptisch, het zei me allemaal niet zoveel meer. Nu ik met medicijnen en therapie mijn angsten onder controle heb, is dat anders. Ik zit nu heel anders in de kerk. Overigens verschilt dat nogal, ik ken ook mensen, opgegroeid met een rechtlijnig geloof en met de nadruk op angst, die moeite hebben een eerlijk Godsbeeld vast te houden. Dat zeg ik voorzichtig, want erg absoluut is het niet. Een lotgenotengroep helpt ook hierin mensen weer verder te helpen.’’

Onlangs stuurde de minister van volksgezondheid een nota door de Kamer, waarin hij pleit voor meer preventie bij angst. Dat is een kolfje naar de hand van psycholoog Peter Meulenbeek. Hij heeft een cursus geschreven – Geen paniek! – die is bedoeld voor mensen met lichte klachten. Via advertenties en huisartsen melden deelnemers zich aan. Opvallend is, dat de meeste deelnemers hun eigen klachten niet herkenden als angstaanvallen. ,,Wie geregeld bange gevoelens kent, en zich daarover zorgen maakt, gaat eens naar de huisarts. Maar wat vertel je daar? Ik voel me vaak duizelig, kortademig en zweterig, want dat zijn immers de verschijnselen waarvan je last hebt. Een huisarts denkt bij die klachten aan iets lichamelijks. Na onderzoek stelt hij de patient gerust: ,,Mevrouw, u mankeert niks.’’ Iemand met angstklachten is daardoor niet gerustgesteld. Hij gaat nog meer aan zichzelf twijfelen, als hij de deur uitloopt, denkt hij: Ben ik gek aan het worden, ik had toch ergens last van? Bij een volgend voorval zal die onrust groeien, of de patient zal bang worden voor ‘een volgende keer’. Dat is de kiem voor de stoornis: de angst voor de angst.’’
Aan de cursus heeft het Trimbos Instituut een onderzoek gekoppeld dat zicht moet geven op de vraag of preventie bij angst helpt de kosten tegen te houden. ,,Reken maar dat angststoornissen onze economie wat kosten, aan ziekteverzuim, maar ook aan de rondgang langs specialisten. Ben je dat voor, dan kun je veel winnen, laat je het op z’n beloop, dan glipt het probleem je door de vingers.’’

Heksensoep en haai

In de kleine ruimte van het Informatiecentrum Geestelijke Gezondheid in Utrecht zaten afgelopen maandag een handje vol bangeriken bij elkaar. De Nacht van de Angst (georganiseerd door de Angst Dwang en Fobiestichting, het Informatiecentrum en Altrecht Preventie) was vooral met humor omkleed: een angsthaas die toegangskaartjes uitdeelde, een kok die een griezelig dagmenu had samengesteld van heksensoep en haai en een workshop over vliegangst om er alvast een beetje van af te komen. Humor relativeert, vinden de organisators en bovendien moest die ludieke aanpak het jonge publiek met lichte angsttrekjes trekken. Opeengepakt in een benauwde ruimte was de vraag wie wel eens last had van claustrofobie een inkoppertje: vijf mensen van de twintig staken hun hand op.

De bezoekers kregen vooral veel feitelijke informatie, dat helpt om te verklaren waarom ze ervaren wat ze voelen. Er bestaan zeven soorten angststoornissen:
Specifieke fobie (waarbinnen ook hoogtevrees en vliegangst vallen), sociale fobie, paniekstoornis met of zonder pleinvrees, dwangstoornis, posttraumatische stressstoornis, algemene angststoornis/piekerstoornis, hypochondrie (angst voor lichamelijke z